Sri Lanka arresteert nog meer verdachten na aanslagen
Foto: AFP

De Sri Lankaanse politie heeft nog eens zestien mensen opgepakt die betrokken zouden zijn geweest bij de reeks aanslagen op Pasen. Dat melden de plaatselijke autoriteiten donderdag.

Bij de aanslagen van afgelopen zondag op verschillende kerken en hotels kwamen minstens 359 mensen om het leven. Intussen zijn nu al 76 mensen opgepakt. Verschillende daders van de aanslagen op Sri Lanka kwamen uit de middenklasse of studeerden in het buitenland. Een van de verdachten is een Syriër.

Het Sri Lankaanse leger maakte donderdag ook bekend dat het zijn aanwezigheid op straat fel opvoert, om de politie bij te staan in de zoektocht naar verdachten. De landmacht spreekt van 6.300 troepen, of 5.000 extra manschappen. De luchtmacht en de marine ontplooien 2.000 troepen. Ook teams van de Amerikaanse FBI en van Interpol staan de speurders in Sri Lanka bij.

Er gelden ook nieuwe veiligheidsmaatregelen, zoals een verbod om drones te gebruiken. Rond hotels, gebedsplaatsen en regeringsgebouwen blijft een verstrengde veiligheid gelden: de politie voert er willekeurige controles uit op auto’s en bussen. Sinds maandag geldt de noodtoestand in het hele land.

Daarnaast blijven alle katholieke kerken gesloten tot ‘de veiligheidssituatie verbetert’. Er zullen tot die tijd logischerwijs ook geen missen meer worden gevierd. Dat heeft een hoge verantwoordelijke van de lokale kerk aan het Franse persagentschap AFP laten weten. ‘Op advies van de veiligheidsdiensten houden we alle kerken gesloten’, weet de bron.

Topfunctionarissen ontslagen

Intussen zou blijken dat de Sri Lankaanse inlichtingendiensten vorige maand al op de hoogte waren van op handen zijnde zelfmoordaanslagen. Woensdag stuurde president Maithripala Sirisena daarom twee van zijn topfunctionarissen bij politie en defensie de laan uit.

Zij zouden rapporten van de inlichtingendiensten over mogelijke zelfmoordaanslagen, die al in maart beschikbaar waren, niet met de president hebben gedeeld. Daarnaast zouden ze ook premier Ranil Wickremesinghe en zijn kabinet niet geïnformeerd hebben.