Wie de stemtest op de site van De Standaard invult voor de federale en de Europese verkiezingen, kan ook vragen in hoeverre er een ‘match’ is met Franstalige partijen. Maar voor de Brusselse verkiezingen kan dat niet, merkt een lezer op. Waarom niet, want Brusselaars kunnen toch voor Nederlands- én Franstalige partijen stemmen?

De lezer die de vraag stelde, heeft gelijk: het lijkt ongerijmd. Maar er is een goede reden voor, vindt Michiel Nuytemans van Treecompany, die de tests mee ontwierp. Die reden heeft te maken met de ingewikkelde Belgische staatsstructuur, en met name met de verschillende bevoegdheden van gewesten en gemeenschappen.

In het tweetalige Brusselse Gewest worden de (persoons- en taalgebonden) gemeenschapsbevoegdheden uitgeoefend door de Franstalige Gemeenschapscommissie (Cocof), de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC).

Maar in 1994 heeft de Federatie Wallonië-Brussel (de vroegere Franse Gemeenschapsregering) een aantal bevoegdheden overgeheveld naar de Cocof (voor Brussel) en naar de Waalse regering (voor Wallonië).

De Cocof kan daardoor haar eigen decreten uitvaardigen. Langs Vlaamse kant (waar de gewestelijke en de gemeenschapsregering samenvallen) is zo’n overheveling niet gebeurd.

Daardoor zijn de bevoegdheden van ‘Brussel’ niet dezelfde aan Nederlandstalige en aan Franstalige kant. ‘Daarom is ook de Franstalige Brusselse versie van de stemtest uitgebreider dan de Nederlandstalige Brusselse versie’, aldus Nuytemans. ‘We hebben dus niet op alle Brusselse stellingen antwoorden van beide partijgroepen’.

Bij de Europese en de federale verkiezingen zijn de stellingen ook niet helemaal identiek, maar daar antwoordden alle partijen wel op alle stellingen. Daardoor kan er zowel met Vlaamse als met Franstalige partijen een ‘matching’ gebeuren.