Jonger dan vijf? Niet langer dan één uur voor een scherm
Foto: Amaury Miller

De Wereldgezondheidsorganisatie heeft nieuwe richtlijnen voor schermtijd voor kinderen. Het doel? Minder zitten, meer spelen en bewegen.

De kritieke leeftijd om obesitas op latere leeftijd te bestrijden, begint al onder de vijf jaar. ‘Daarom moeten we terug veel speeltijd voor kinderen introduceren’, zegt dokter Juana Willumsen in een persbericht van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). ‘We moeten de shift maken van zitten naar spelen en bewegen.’

De WGO maakt een onderscheid tussen kwalitatieve ‘zittijd’ en niet-kwalitatieve. Schermtijd behoort bijvoorbeeld tot de tweede categorie, lezen, puzzelen en zingen tot de eerste. De ‘slechte’ zittijd, waaronder dus tv-kijken of spelen op de tablet, kan tot de leeftijd van vijf jaar oud best beperkt blijven tot maximaal een uurtje per dag. Hoe minder, hoe beter, is de boodschap. Als de kindjes wél zitten, liefst dan om in boekjes te kijken of samen met de ouders verhaaltjes te lezen.

Voor kindjes jonger dan één jaar wordt aangeraden hen helemaal niet voor een scherm te zetten. Langer dan één uur per dag in een buggy of stoel is ook geen goed idee.

De WGO komt met de maatregelen in de strijd tegen obesitas, dat bij kinderen oprukt. In 2016 waren bijna acht procent van de jongens bijna zes procent van de meisjes (wereldwijd) obees.

Naar schermtijd bij kinderen is de jongste jaren veel onderzoek gedaan. Zo kwam de UHasselt eerder tot de conclusie dat meer dan tien uur per week voor de computer, tablet of tv, later een groter risico op hart- en vaatziekten en diabetes betekent. Ander, Amerikaans onderzoek, bracht uit dat overmatig mediagebruik het risico op overgewicht verhoogt en de slaap verstoort.