De Kesel haalt in paashomilie uit naar misbruik in de Kerk
Foto: BELGA

Aartsbisschop Jozef De Kesel haalt in zijn paashomilie zaterdagavond in de Brusselse Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal uit naar het onrecht dat de mensen elkaar aandoen en het leed waarmee mensen moeten leven. Daarbij verwijst hij ook naar het misbruik binnen de Kerk, dat de geloofwaardigheid van het instituut heeft aangetast.

Er is voor de christenen geen groter feest dan Pasen, zegt De Kesel in zijn homilie. ‘We vieren het hartsgeheim van ons geloof. Telkens als we de eucharistie vieren, is het om de dood en de verrijzenis van onze Heer te gedenken.’ Hij wijst erop dat Jezus veroordeeld werd en terechtgesteld, en als slachtoffer eindigde, niet als overwinnaar.

En dan is iets gebeurd dat ondenkbaar is: hij is verrezen, aldus De Kesel. ‘Uit dat geloof is de Kerk geboren. Hij die veroordeeld en vermoord werd, onder de misdadigers en het uitschot gerekend, Hij leeft. Voor de Kerk blijft dat de reden van haar bestaan: van Hem getuigen, zijn dood en verrijzenis niet in de doofpot steken’, klinkt het. ‘Getuigen van God, die zijn te vinden niet in het centrum maar aan de periferie, niet bij de overwinnaars maar bij de slachtoffers. God die niemand in de steek laat, die wegen opent ook daar waar geen uitweg meer is. Die bron van hoop is ook daar waar alle hoop is vervlogen.’

Slachtoffers misbruik

Toch wijst de aartsbisschop erop dat het niet om blinde hoop gaat, om goedkope vreugde. ‘De soms zo harde en rauwe werkelijkheid wordt niet ontkend: de armoede en de uitzichtloosheid van zoveel mensen; zovelen op de dool en op de vlucht; zoveel geweld en zoveel onrecht waar mensen nog steeds het slachtoffer van zijn’, zegt hij. ‘Ook in de Kerk waar kinderen en vrouwen het slachtoffer werden van misbruik waardoor onze geloofwaardigheid zo is aangetast. Wat kan mensen niet overkomen en hoezeer kunnen mensen elkaar de dood aandoen.’

Toch is dat de boodschap van Pasen: dat de macht van het kwaad en van de dood gebroken is. ’Overal waar mensen zich verzetten tegen kwaad en onrecht, binnen of buiten de Kerk, daar is de verrijzenis zich aan het voltrekken’, aldus De Kesel. ’Waar arme en uitzichtloze mensen niet aan hun lot worden overgelaten, waar weerstand geboden wordt aan alle egoïsme, waar mensen en volkeren en godsdiensten, hoe verschillend ook, elkaar niet als rivalen zien, maar elkaar de hand reiken, elkaar ontmoeten en de vrede betrachten, daar is Gods levenwekkende Geest werkzaam, hoe verborgen ook. Liefde en solidariteit: het zijn de tekenen van het nieuwe leven van de verrijzenis.’