‘Oudere werknemers in België niet te duur’
Foto: Hollandse Hoogte
Dat in België maar weinig 55-plussers aan de slag zijn, komt niet alleen doordat ze te duur zijn. In Europees verband blijkt België geen uitschieter.

‘Een mythe.’ Zo noemt onderzoeker Sem Vandekerckhove van de KU Leuven de stelling dat de anciënniteitsverloning 55-plussers uit de markt duwt. Hij doet die uitspraak naar aanleiding van een gisteren gepubliceerd Europees rapport over de manier waarop anciënniteit het loon beïnvloedt. Het onderzoeksinstituut Hiva aan de KU Leuven heeft de Belgische bijdrage aan het rapport geleverd.

Anciënniteitsverloning houdt in dat werknemers meer gaan verdienen naarmate ze langer in dienst zijn. Maar in België is het verband tussen de lengte van het dienstverband en de hoogte van het loon gematigd, blijkt uit het rapport van het Europese arbeidsinstituut Eurofound. België wordt ingedeeld in een groep landen waar de anciënniteit wel een rol speelt bij de loonvorming in de privésector, maar waar het verband niet heel sterk is en na een bepaalde periode uitvlakt. In onder meer Nederland en Duitsland is de band tussen anciënniteit en de hoogte van het loon sterker dan in België. Alleen in Finland en Zweden is het verband minder uitgesproken dan in de groep landen waar België deel van uitmaakt.

‘Het rapport ontkracht de stelling dat ons land in dit verband heel uitzonderlijk is’, zegt Vandekerckhove. ‘België is relatief gematigd in dit opzicht, we springen er niet echt uit.’ Wat volgens hem vaak vergeten wordt, is dat bij de arbeiders de anciënniteit minder een rol speelt in de hoogte van het loon dan bij bedienden. Bovendien zijn de verhogingen bij de bedienden meestal ook gelimiteerd: na een bepaald aantal jaren volgen er geen verdere verhogingen meer. In andere landen, zoals Portugal en Spanje, gaan de verhogingen onbeperkt door.

Mentaliteitskwestie

Toch zijn in België erg weinig 55-plussers aan de slag in vergelijking met andere landen. In bijvoorbeeld Zweden is in deze leeftijdsgroep driekwart aan het werk, in België is het ondanks een stijgende trend nauwelijks de helft. Daarom wilde de regering morrelen aan het systeem van de anciënniteitsverloning. Aanpassing van het systeem was een van de maatregelen in de arbeidsdeal, die er uiteindelijk niet gekomen is door de val van de regering. Het idee was dat individuele competenties zwaarder zouden moeten wegen in de bepaling van de loonhoogte dan de lengte van het dienstverband. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven buigt zich nu over de kwestie.

Maar de lage arbeidsparticipatie van 55-plussers heeft volgens Vandekerckhove andere oorzaken dan de anciënniteitsverloning. Het is vooral een mentaliteitskwestie, denkt hij. Zowel bij de werknemers, die graag vroeg willen stoppen met werken, als bij de werkgevers, die eerder de voorkeur geven aan een jongere dan aan een oudere. ‘In plaats van na te denken over hoe banen aantrekkelijk gemaakt kunnen worden voor deze leeftijdsgroep, doen de sociale partners liever een beroep op de overheid via het brugpensioen.’ In het debat over langer werken is de kwaliteit van het werk onderbelicht gebleven, zegt hij. ‘Als je 55-plussers langer aan de slag wilt houden, zul je moeten nadenken over een redesign van de jobs’.