Troubleyn behoudt voorlopig subsidies
Jan fabre Foto: Photo News
Het dansgezelschap van Jan Fabre voldoet aan de eisen die Minister van Cultuur Sven Gatz oplegde en krijgt haar eerste subsidieschijf van 2019 uitbetaald.

Naast een uitgebreide raad van bestuur, een integriteitsbeleid en een arbeidsreglement met ethische gedragscode moest Troubleyn ook een plan ontwikkelen over de omgang met naakt, seksualiteit en geweld op de scène tijdens de creatie van voorstellingen.

Over alle acties van Troubleyn oordeelt het Departement Cultuur positief. Daarom adviseert Minister Gatz om alvast 45 procent van de subsidies van Troubleyn (927.000 euro per jaar) uit te betalen. Tegen eind september moet een onafhankelijke expert het nieuwe integriteitsbeleid evalueren, waarna de tweede subsidieschijf kan volgen. Ook in 2020 blijft deze externe controle.

Gatz gunt Troubleyn dus de kans om een doorstart te maken. De Minister wou vooral meer checks-and-balances tussen Jan Fabre en de rest van Troubleyn. De vorige bestuurders (Harry Bleyens, Hans Everaert en Erik Sansen) zagen volgens Gatz en het Departement de ernst van de situatie immers niet voldoende in. Volgens hen handelden zij niet daadkrachtig na de open brief waarin twintig (ex-)medewerkers een boekje openden over de werkcultuur binnen Troubleyn en het vermeende grensoverschrijdende gedrag van Jan Fabre.

In de nieuwe raad van bestuur van Troubleyn zetelen naast Sansen nu drie vrouwen: Ilse Laureyssens (financieel manager bij Angelos, de beeldende kunst-bvba van Jan Fabre), Inge Schoups (stadsarchivaris in Antwerpen) en waarnemend voorzitter Chantal Pauwels (ex-politica bij Groen en eerder werkzaam bij Ballet Vlaanderen). Bleyens en Everaert zetelen enkel nog in de algemene vergadering. Mark Geurden promoveert van company manager tot gedelegeerd bestuurder en krijgt zo meer eindverantwoordelijkheid.

Bij Troubleyn reageert men tevreden op deze beslissing van Gatz. ‘We hebben constructief samengewerkt’, zegt woordvoerder Frederik Picard. ‘In onze raad van bestuur, die we nog zullen uitbreiden, zochten we naar een genderevenwicht. We hebben al een heel traject afgelegd met Jan Fabre en de performers, op een serene manier. Momenteel loopt ook nog de risicoanalyse van preventiedienst IDEWE en het onderzoek van het arbeidsauditoraat. Tot zolang staat Troubleyn wat “on hold”, maar we hopen snel een doorstart te kunnen maken met ons gezelschap.’