GO! ondersteunt Bodymap niet
Ketnet-programma Biba en ­Loeba is gebaseerd op de Bodymap-methode. Foto: Dieter Telemans
De scholenkoepels vragen om voorzichtig te zijn met de therapeutische claims van Bodymap. ‘We willen alleen met evidencebased methodes werken’, zegt Raymonda Verdyck.

Onderwijsverstrekkers vragen scholen om voorzichtig om te springen met het aanbod van privé-organisaties. Dit naar aanleiding van de brief van een twintigtal experts aan ministers Hilde Crevits (CD&V) en Maggie De Block (Open VLD) (DS 25 maart). De experts bestrijden daarin de ­therapeutische claims van Bodymap dat motorische achterstand leidt tot problemen met lezen, schrijven of rekenen. En dat je leerproblemen bij kinderen kunt voorkomen door hen specifieke motorische oefeningen te laten doen.

‘We weten niet of en hoeveel van onze scholen ermee werken’, zegt  Raymonda Verdyck, afgevaardigd-bestuurder van het GO!. ‘Bodymap zit niet in ons nascholingsaanbod en het behoort ook niet tot wat onze pedagogische studiedienst ondersteunt. Het is altijd goed om kinderen meer te doen bewegen, maar wij willen in de eerste plaats dat onze scholen met evidencebased methodes werken.’
Het Katholiek Onderwijs zegt ‘de mening van de onderzoekers te delen’: ‘Bewegingskansen zijn goed voor kleuters. Als therapeutisch aanbod zijn ze minder bewezen.’ De koepel vraagt zijn scholen om ‘voorzichtig om te gaan’ met dit gegeven.

‘Het is nodig om kritisch te staan tegenover het snel groeiende aanbod van privé-organisaties in het onderwijs’, zegt ook Anne Berckmoes, woordvoerster van het Onderwijs Van Steden en Gemeenten. ‘Wij bieden de scholen daarom een kader waarmee ze kunnen afwegen welke methodes voor hen geschikt zijn. Evidencebased zijn, is een van de criteria. Scholen weten zelf het beste wat zij nodig hebben.’

Oefenen met sushistokjes

‘Bodymap niet wetenschappelijk gefundeerd? Oh, wat jammer!’, zegt Sigrid Aertgeerts, directrice van de kleuterschool van het Heilig Hartinstituut in Heverlee. Ze geeft toe: ‘Wij zijn juist heel enthousiast, omdat we dankzij Bodymap meer met beweging werken in de kleuterklassen. Er zitten fijne oefeningen bij die de kinderen leuk vinden. Vroeger moesten ze knippen en prikken om hun fijne motoriek te oefenen. Nu mogen ze met kleine pincetjes dingen vastpakken, en met sushistokjes. We leren hen ook tuimelen en doen veel evenwichtsoefeningen. Wat er ook van zij, de leerkrachten van de basisschool zijn er blij mee. De kinderen hebben een betere motoriek, en volgens hen leren ze ook vlotter lezen en schrijven.’ 

Aertgeerts zegt ook: ‘We passen de methode niet strikt toe. Zo werken we niet langer met de testjes. Dat vonden we niet nuttig. Als een kleuter motorisch wat achterligt, zeggen we tegen ouders dat ze vaker naar het bos moeten gaan om te ravotten.’

Professor Pol Ghesquière (KU Leuven), orthopedagoog, tekende mee de protestbrief tegen Bodymap. Hij verzet zich al jaren tegen alternatieve methodes die beweren dat er een rechtstreeks verband is tussen psychomotoriek en leren. ‘Het is al lang bewezen dat dit niet zo is.’

Zelf doet hij onderzoek bij kleuters om te achterhalen of je kunt voorspellen wie dyslexie zal hebben. Daarbij test hij hun letterkennis en hun capaciteit om klanken in woorden te onderscheiden. Hij zegt: ‘Ik beweer nooit dat ik dyslexie ga voorkomen. Maar het is wel goed om kinderen zo vroeg mogelijk te helpen, op de juiste manier.’ Ketnet blijft achter zijn programma Biba en Loeba, gebaseerd op de Bodymap-methode, staan.