Burgerlijke partijen mogen dossier over aanslagen 22 maart inkijken
Een man legt bloemen neer tijdens de herdenking vorig jaar van de aanslag op Brussels Airport op 22 maart 2016.

De 600 burgerlijke partijen die zich hebben gemeld in het onderzoek naar de aanslagen van 22 maart 2016 in Brussels Airport en het metrostation Maalbeek, zijn de voorbije weken op de hoogte gebracht van de procedure die ze moeten volgen om het strafdossier in te kijken.

Een kopie van het dossier kunnen de burgerlijke partijen nog niet krijgen, aangezien het onderzoek nog steeds loopt. Intussen worden de belangrijkste stukken van het dossier al vertaald in negen talen.

In het dossier hebben al 600 slachtoffers zich burgerlijke partij gesteld, 209 voor de aanslag in Maalbeek, 391 voor Brussels Airport. Midden januari hadden de onderzoeksrechters al hun toestemming gegeven om de burgerlijke partijen inzage te verlenen in het dossier.

De dienst Slachtofferonthaal kreeg de taak om de slachtoffers over die mogelijkheid te informeren en stuurde op 30 januari een brief aan de advocaten van de slachtoffers. Daarin werd uitgelegd dat een verzoek tot inzage per post, fax of e-mail ingediend moest worden via een formulier dat bij de brief was gevoegd. Wie inzage wilde, moest dat document, liefst binnen de 15 dagen terugsturen.

Wie zich had aangemeld, werd dan opgenomen op een lijst en kreeg tien werkdagen de tijd om het dossier in te kijken. Die periode kon wel verlengd worden en de data werden in overleg met de burgerlijke partijen vastgelegd.

140 dozen, 6.200 pv’s

‘We hebben beslist deze werkwijze te hanteren, gelet op het grote aantal burgerlijke partijen en de noodzaak om een agenda op te stellen die elk van hen in staat stelt het dossier onder goede omstandigheden te raadplegen’, meldt het federaal parket. ‘De slachtoffers werden er ook van op de hoogte gebracht dat als ze zich nog niet klaar of in staat voelden om het dossier te komen raadplegen, er andere momenten zouden zijn waarop ze deze mogelijkheid zouden krijgen.’

De burgerlijke partijen krijgen ook niet zomaar het hele dossier, dat ongeveer 140 kartonnen dozen en 6.200 pv’s telt, in handen, maar konden het dossier elektronisch inkijken.

‘Die inzage is zorgvuldig voorbereid en gecontroleerd door de onderzoeksrechters, de griffie en de dienst Slachtofferonthaal met de steun van het federaal parket’, klinkt het verder. ‘Elke burgerlijke partij wordt bijgestaan door de justitieassistente die haar sinds het begin van het onderzoek begeleidt. Een selectie van de meest interessante stukken kan samen met de burgerlijke partij worden gemaakt op basis van een inventaris van het dossier dat hun ter beschikking wordt gesteld. Er worden ook vertalingen in de verschillende talen van de slachtoffers en de familieleden die geen Frans of Nederlands spreken, uitgevoerd.’

De belangrijkste stukken van het dossier zullen naar negen talen vertaald worden, meer bepaald Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans, Italiaans, Portugees, Pools, en Zweeds. Voor elke taal kregen acht vertalers elk 1.200 pagina’s te vertalen.

Proces ten vroegste in 2020

‘Eenmaal de onderzoeksrechters het onderzoek hebben afgesloten en overgemaakt aan het federaal parket, dat dan zijn eindvordering zal moeten opstellen, zal er niet alleen een nieuwe mogelijkheid zijn om het dossier in te kijken, maar zullen de burgerlijke partijen, en alle andere slachtoffers die een verklaring van benadeelde persoon hebben afgelegd, ook de mogelijkheid krijgen om een kopie van het dossier te bekomen’, aldus nog het federaal parket.

Het proces zelf zou er ten vroegste in maart 2020 komen, bevestigt het federaal parket aan De Standaard.

Al derde informatiesessie

In oktober 2017 en april 2018 organiseerde het federaal parket al twee informatiesessies over de voortgang van het onderzoek, waaraan enkele honderden burgerlijke partijen deelnamen. De meeste familieleden en enkele zwaargewonden personen hebben ook reeds de beelden van de bewakingscamera’s van de getroffen plaatsen kunnen bekijken.