België verwerpt voorstel werkloosheidsvergoeding voor EU-burgers
Minister van Werk Kris Peeters (CD&V) Foto: Belga
Europese burgers die in een andere EU-lidstaat aan de slag gaan, moeten na al een maand werken in aanmerking komen voor een werkloosheidsuitkering. Daarover hebben EU-onderhandelaars een compromis bereikt. Maar België zal dat ontwerpakkoord niet steunen.

In een eerder voorstel was er sprake van om werknemers al na één gewerkte dag dat recht te geven. Maar onder andere ons land verzette zich daar heftig tegen. België stelde een termijn van drie gewerkte maanden voor, zoals hier nu het geval is.

De EU-burgers komen dan wel in aanmerking voor een vergoeding, maar het is niet zeker of ze die ook daadwerkelijk krijgen: ze moeten aan dezelfde vereisten voldoen als de Belgische werknemers. Maar na de periode van één maand worden ook hun prestaties uit hun thuisland meegenomen in de overweging al dan niet een werkloosheidsvergoeding uit te keren. 

België zal het akkoord bij de definitieve stemming dan ook niet steunen, zegt  minister van Werk en Sociale Zaken Kris Peeters (CD&V).  'Het principe dat je eerst moet bijgedragen hebben voor je sociale rechten in de werkloosheid kan opnemen, is fundamenteel voor onze sociale zekerheid. In België hanteren we een termijn van drie maanden en die heb ik altijd verdedigd', zo reageert Peeters.

Of België voldoende steun kan verzamelen om het voorstel nog te kunnen blokkeren, is twijfelachtig. Alleen Nederland en Duitsland zijn ook voorstander van een termijn van drie maanden. 

Compromis

Europees Commissaris Marianne Thijssen (CD&V) toonde zich aanvankelijk ook voor die ‘Belgische’ termijn gewonnen, maar na overleg binnen de bevoegde commissie werd dat één dag. Nu ook de Europese lidstaten hun visie hebben kunnen geven is dat dus als compromis toch één maand geworden.

Dat het uiteindelijk één maand is geworden, is niet helemaal verrassend. Op een vergadering tussen de 28 EU-ministers van Werk bleek al dat er een ruime consensus was voor die termijn. Ook toen al bleken alleen België, Duitsland en Nederland voorstander voor een langere periode.

'Laatste puzzelstuk'

De maatregel maakt deel uit van een breder pakket dat de verschillende stelsels voor sociale zekerheid tussen de lidstaten beter op elkaar moet afstemmen. De onduidelijke definiëring zorgt er namelijk voor dat die regels nu soms verschillend worden toegepast.

Thyssen noemt het luik over de toepassing van de regels voor sociale zekerheid 'het laatste puzzelstuk voor eerlijke arbeidsmobiliteit in Europa'. Eerder werden de regels voor het detacheren en aangepast en werd er werk gemaakt van het oprichten van een Europese toezichthouder op de arbeidsmarkt.