'André Gyselbrecht had angst voor zijn schoonzoon en diens daden'
Hoofdbeschuldigde André Gyselbrecht (midden). Foto: belga

Meester Johan Platteau, advocaat van André Gyselbrecht, vroeg bij de start van het proces rond de kasteelmoord om begrip voor zijn cliënt en de opdracht die hij gaf om zijn schoonzoon te vermoorden. 'Hij had angst.'

Vandaag startte in Gent het proces in beroep rond de kasteelmoord uit januari 2012. Het hof  wil het proces in een week behandelen en heeft daarvoor het aantal getuigen beperkt in vergelijking met het proces in eerste aanleg.

Johan Platteau kwam als eerste advocaat aan het woord en pleitte de volledige voormiddag. Volgens hem had André Gyselbrecht - die de opdracht voor de moord gaf -   angst voor zijn schoonzoon en de incest die werd gepleegd met zijn kleindochter.

'Hij had angst en geen vat meer op Stijn Saelens. Probeer de situatie te bekijken zoals hij ze heeft aangevoeld', vroeg de advocaat aan het hof. 'Hij heeft veel gebreken, maar veel minder dan ik. De mensen zien hem graag in Ruiselede. Wees daarom niet boos zoals de eerste rechter. Moeten we iemand van 68 jaar nu straffen met 27 jaar cel?'

André Gyselbrecht (67), Pierre Serry (67), Evert de Clercq (54) en Franciscus Larmit (41) werden in eerste aanleg respectievelijk tot 27, 21, 27 en 15 jaar cel veroordeeld. Het hof van beroep zal de uiteindelijke strafmaat, afgezien van mogelijk cassatieberoep, opnieuw moeten bepalen.

Gyselbrecht is de opdrachtgever voor de moord op zijn schoonzoon. Bij de start van het proces in mei 2017 legde hij daar trouwens bekentenissen over af. Daarvoor had hij dat vijf jaar lang ontkend. Gyselbrecht zit al vast sinds 2012. Hij hoopt in beroep strafvermindering te krijgen.

Zijn verdediging heeft er alles aan gedaan om Stijn Saelens af te schilderen als een incestueuze man die een gevaar was voor zijn kinderen, de kleinkinderen van dokter André Gyselbrecht.

De andere veroordeelden

Pierre Serry trad als tussenpersoon op bij het beramen van de moord. Het lichaam van Saelens werd twee weken na de feiten ook aangetroffen vlakbij een chalet van Serry in Maria-Aalter.

Evert de Clercq speelde een rol bij het ronselen van de intussen overleden huurmoordenaar Antonius van Bommel, maar hij ontkende dat met klem. De schutter werd op de dag van de feiten door zijn neef Franciscus Larmit naar het kasteel in Wingene gebracht. Die blijft ontkennen dat hij wist wat zijn oom in Wingene van plan was. Larmit gaf wel toe dat hij hielp om het lichaam van het slachtoffer te begraven.