Woonzorgcentra onder verhoogd toezicht na aanhoudende klachten

Omdat de klachten van bewoners en hun familie maar blijven komen, gaat Vlaanderen vijftien woonzorgcentra strenger opvolgen. ‘Zij zetten de sector onverdiend in een slecht daglicht.’

Vijftien woonzorgcentra in Vlaanderen staan vanaf vandaag onder verscherpt toezicht van de Vlaamse Zorginspectie (zie kaart hieronder). Het gaat over centra waarover de klachten bij de overheid maar blijven binnenstromen, en waarvan de zorginspectie intussen zelf vaststelde dat die klachten ook gegrond zijn.

Inspecteurs zullen in die centra vaker onaangekondigd op inspectie gaan, ook op ongewone tijdstippen, zoals ’s avonds, ’s nachts, in het weekend of op feestdagen. Volgens Joris Moonens, woordvoerder bij het Agentschap Zorg en Gezondheid, gaat het om woonzorgcentra ‘die onder druk van de kostenbesparing de grenzen van de personeelsomkadering aftasten’.

Met zes vermeldingen is de vzw Vulpia de vaakst voorkomende op de lijst.

Toiletbezoek of maaltijd

Het grootste aantal klachten dat vorig jaar over woonzorgcentra binnenliep bij de overheid, ging over de kwaliteit van de zorg. Het gaat dan over het wassen, de lichaamshygiëne en de verzorging van de bewoner. Ook wel over (gebrek aan) hulp bij toiletbezoek of om even op bed te gaan liggen. Ook over maaltijden wordt vaak geklaagd.

Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V), die de opdracht tot het strengere toezicht gaf, zegt: ‘De overgrote meerderheid van de woonzorgcentra beantwoordt aan alle vooropgestelde normen.’ Maar de ‘kleine groep waarover de klachten blijven komen’ zet de sector ‘onverdiend in een slecht daglicht’, aldus Vandeurzen.