De groenen willen tegen 2030 de CO2-uitstoot met 55 procent verlagen. De financiering komt vooral van een kilometerheffing, een CO2-taks en het stopzetten van allerlei voorkeurregimes die neerkomen op subsidie aan fossiele brandstoffen.

‘We hebben een sense of urgency nodig, zoals indertijd met de bankencrisis.’ Groen-voorzitster Meyrem Almaci legt met haar Pakt 2030, een plan dat tegen 2030 voor 55 procent minder uitstoot moet zorgen, voor 45 procent meer energie-efficiëntie en voor 60 procent elektriciteit uit groene energie, de lat hoog genoeg.

De groenen willen een snelle betonstop invoeren en tegen 2030 10.000 hectare extra bos realiseren. Ze willen de windparken op zee sneller uitbouwen, zodat we al in 2023 stijgen naar twintig procent groene energie.

Daarnaast willen ze het renovatieritme van het oude Belgische woningpark verdriedubbelen, belastingen uit de energiefactuur halen en een reeks subsidies voor fossiele brandstoffen die aan de bedrijfswereld worden toegekend, stopzetten.

De veestapel moet met een kwart omlaag, de fiscale aftrekken voor bedrijfswagens verdwijnen en worden vervangen door een mobiliteitsbudget voor alle werknemers. De investeringen in fietsinfrastructuur moeten maal vijf. Een luchtvaartheffing moet het vliegtuig duurder maken dan de trein.

Waar komt het geld vandaan?

Dat kost uiteraard veel geld. Geld dat Groen vooral haalt uit een slimme kilometerheffing, gekoppeld aan het afschaffen van de verkeersbelasting en de BIV, netto-opbrengst 1,1 miljard euro. Maar ook uit het stopzetten van de professionele diesel en andere accijnsverlagingen voor bedrijven, en uit een CO2-taks.

Voorzitster Almaci spreekt tegen dat ze zo de industrie op stang jaagt. ‘Dit voorstel ligt in lijn met wat het Nederlandse Planbureau voorstelt’, zegt ze. ‘Door de industrie te heroriënteren op innovatie, zullen we net voorsprong nemen.’

Almaci rekent op 80.000 nieuwe jobs door haar plan en op twee procent bijkomende duurzame groei. ‘De financiering mag niet worden gebruikt als argument tegen dit plan’, zegt ze. ‘Niets doen is nog veel duurder.’