Vlaming moet naar het OCMW voor een bril, huur of gas
Foto: Brecht Van Maele
In vijf jaar gaat een derde meer Vlamingen naar het OCMW voor extra steun, omdat hun inkomen te laag is om van te leven.

97.139 Vlamingen zijn in 2017 naar het OCMW gestapt om een bril te laten betalen, een bezoek aan de tandarts, een schoolfactuur, melk voor de kinderen, inschrijvingsgeld voor een opleiding, huur, water, gas, elektriciteit. Dat blijkt uit een rondvraag bij alle Vlaamse OCMW’s. In 2012 waren dat nog 74.800 mensen. Dat is een stijging met 30 procent in vijf jaar tijd.

De rondvraag werd gedaan door de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en slaat op steun die niet door een hogere overheid (federaal of Vlaams) wordt gesubsidieerd, of die dergelijke subsidies overstijgt. De wettelijke basis voor de aanvullende steun is een wet uit 1976 die zegt dat de maatschappelijke dienstverlening van OCMW’s als doel heeft ‘eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid’. OCMW’s kunnen zelf beslissen wie wat krijgt, maar moeten die keuze wel verantwoorden. 

Zelfs voor tweeverdieners

Ofwel zijn de OCMW’s de laatste jaren zonder aanwijsbare oorzaak massaal genereuzer geworden, ofwel is er een toename van de acute problemen waarvoor dat soort steun wordt uitgereikt. De VVSG wijt de toename aan de stijgende energieprijzen, aan het feit dat er vandaag meer mensen zijn met een te laag inkomen, en dat nog te veel mensen een woning huren die duur of slecht geïsoleerd is. Volgens een studie van het Belgische statistiekbureau (Statbel) bleek eerder dit jaar ook al dat bijna één op de vijf Belgische huishoudens moeite heeft om de eindjes aan elkaar te knopen. Een kwart geeft aan niet in staat te zijn onverwachts een grote uitgave te doen.

De steun ging niet alleen naar mensen met een leefloon of met een invaliditeits-, ziekte- of werkloosheidsuitkering. Sociaal werkers van de OCMW’s stellen vast dat ook mensen met werk – deeltijds, voltijds of zelfs tweeverdieners – soms geholpen moeten worden om elementaire zaken te betalen.

Volgens Karen Thewissen, sociaal werker bij het OCMW van Aalter, kan aanvullende steun een handig instrument zijn om mensen te helpen, omdat het gericht is. Je kunt ermee voorkomen dat een cliënt bijvoorbeeld een energieschuld opbouwt door met zijn beschikbare inkomen een minder prioritaire uitgave te doen. Maar het blijft een duur en arbeids­intensief noodmiddel. Om te voorkomen dat OCMW’s dat middel te vaak moeten gebruiken, kunnen de laagste inkomens volgens de VVSG beter stijgen tot de Europese armoedegrens. Daarnaast pleit de VVSG voor een uitbreiding van de huursubsidie voor wie met een laag inkomen op de private markt een kwaliteitsvolle woning wil huren, en voor meer sociale woningen.

Stress en schulden

De armoedegrens ligt op 60 procent van het nationale mediaan inkomen. Gebaseerd op het Belgische mediaan inkomen van 2017 zou een alleenstaande met drie kinderen een maandelijks beschikbaar inkomen moeten hebben van 2.164 euro, kinderbijslag en alimentatie inbegrepen. Een alleenstaande zou minimaal 1.139 euro moeten hebben. Leeflonen en de laagste uitkeringen liggen daar nog een stuk onder.

Opdat werkzoekenden nog altijd beter af zouden zijn wanneer ze aan het werk gaan, zouden dan ook de laagste lonen moeten stijgen of minder belast worden. Volgens de woordvoerder van de VVSG, Nathalie Debast, hoeven we nog niet meteen bang te zijn dat die hogere leeflonen te aantrekkelijk zouden worden. ‘Wie denkt dat leven met een leefloon gemakkelijk is, heeft waarschijnlijk nooit gepraat met iemand die het ermee moet doen. Het budget is zo klein dat je gemakkelijk in de schulden terechtkomt. De stress die dat risico veroorzaakt, maakt het bovendien juist moeilijker om iets aan die situatie te doen.’

Ive Marx, hoogleraar economie aan de UAntwerpen, beschouwt het als een feit dat veel inkomens, vooral de leeflonen en de laagste uitkeringen, in België onvoldoende zijn om een waardig leven te leiden. ‘Dat de leeflonen eigenlijk te laag zijn en in bepaalde gevallen aangevuld worden, maakt het voor de OCMW’s gemakkelijker om eigen accenten te leggen. Maar er zijn ook sterke ethische argumenten om een leefbaar inkomen als een economisch basisrecht te zien.’

Weg met de woonbonus

De econoom ziet wel een belangrijk praktisch probleem bij een pleidooi om de laagste inkomens te doen stijgen: waarmee zullen we dat betalen? ‘België heeft relatief veel mensen die een leefloon of een uitkering krijgen. De slimste manier om hogere uitkeringen en leeflonen betaalbaar te maken, is om dat volume kleiner te maken, maar ondanks alle politieke verklaringen daarover, gebeurt het niet. Het aantal mensen met een leefloon is de jongste jaren alleen gegroeid.’

Marx is het er ook mee eens dat de huursubsidie uitgebreid mag worden en dat er meer sociale woningen moeten komen. ‘Je kunt dat financieren door te raken aan de gesubsidieerde huisvesting van mensen die het veel minder nodig hebben. De woonbonus, die het fiscaal aantrekkelijk maakt om een huis te kopen, komt voor 60 procent ten goede aan de 40 procent rijkste huishoudens. Erg rechtvaardig is dat niet. Maar welke politicus durft dat geld elders in te zetten?’