Ook Queenstown wil toeristen toegangsgeld vragen
Foto: Getty Images/iStockphoto

Queenstown, een populaire vakantiebestemming voor avonturiers op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland, overweegt om net zoals Venetië toegangsgeld te vragen aan internationale toeristen.

Het toerisme in Nieuw-Zeeland boomt, maar de inwoners zijn niet onverdeeld gelukkig met die aandacht. Queenstown, dat met zijn berglandschap vooral avontuurlijke toeristen aantrekt, kreeg vorig jaar 3,3 miljoen bezoekers over de vloer. Voor elke inwoner die er rondloopt, tel je gemiddeld 34 internationale toeristen.

Dat heeft zijn impact op de woningprijzen, het verkeer neemt toe, openbare voorzieningen worden overgebruikt en de natuur wordt bedreigd. ‘De extra druk die deze toeristen plaatsen op de bestaande infrastructuur, bedreigt het welzijn van onze gemeenschap’, aldus burgemeester Jim Boult.

Daarom wil hij internationale toeristen een extra belasting laten betalen, geld dat kan worden gebruikt om de bestaande infrastructuur uit te breiden. Hij plant binnenkort een niet-bindend referendum over het voorstel om vanaf 2021 elke bezoeker 7,5 Nieuw-Zeelandse dollar (ongeveer 4,5 euro) aan te rekenen.

Niet de enige taks

Venetië nam eerder al eenzelfde maatregel. Vanaf mei zullen dagjestoeristen een toegangspasje van drie euro moeten betalen om de stad te bezoeken. Burgemeester Luigi Brugnaro wil dat bedrag volgend jaar verdubbelen, en afhankelijk van de toeristische drukte zelfs verhogen tot tien euro.

Als Queenstown deze maatregel doorvoert, zal een vakantie naar Nieuw-Zeeland nog duurder worden. Er zijn namelijk ook al plannen om een algemene toeristentaks te vragen bij aankomst van internationale toeristen. Eerder werd al beslist dat buitenlandse hikers dubbel zoveel moeten betalen voor hun verblijfplaats, als ze een van de negen zogenaamde great walks willen afleggen. Ook die maatregels zijn bedoeld om extra inkomsten te genereren, bedoeld om de infrastructuur en het netwerk van wandelingen te onderhouden.