Vakbonden en werkgevers bereiken ontwerpakkoord over loonopslag
Op 13 februari werd er gestaakt voor meer koopkracht. Foto: belga
Bonden en werkgevers hebben na twintig uur onderhandelen een ontwerp van loonakkoord bereikt. Dat maakten de sociale partners na afloop bekend. Niet alle vakbonden gaan evenwel het voorstel verdedigen, enkel voorleggen.

De Groep van Tien, met vertegenwoordigers van werkgevers en vakbonden, zat al sinds maandagochtend samen over het interprofessioneel akkoord. 

Een akkoord over de loonnorm legt de maximale stijging van de brutolonen in de privésector voor de komende twee jaar vast. Het ontwerp houdt een stijging in van de lonen dit en volgend jaar met maximaal 1,1 procent bovenop de index. Inclusief de index betekent dit dus dat er 4,54 procent opslag komt dit en volgend jaar samen.

Ook de minimumlonen gaan omhoog, met 1,1 procent of 10 cent per uur. ABVV had eerder een stijging met 10 procent vooropgesteld voor de verhoging van dit minimumloon. 'We hadden gerekend op meer', aldus Miranda Ulens, algemeen secretaris van het ABVV. Vakbonden en werkgevers zullen wel in een werkgroep bekijken hoe die minimumlonen 'substantieel' kunnen worden verhoogd. Ondertussen toont het ABVV zich niet bereid het akkoord te verdedigen bij de achterban, maar enkel voor te leggen. 

Woon-werkverkeer

Werknemers kunnen ook rekenen op een hogere tussenkomst van de werkgever voor hun trein-, tram- en busticket. De tussenkomst stijgt van 64 naar 70 procent. Als er nog geen fietsvergoeding wordt gegeven, luidt het advies dat voortaan wel te doen. Er mogen ook meer overuren worden gepresteerd: het aantal vrijwillige overuren dat mag worden gepresteerd stijgt van 100 naar 120 uren per jaar. Hier hadden de werkgevers dan weer duidelijk op meer gerekend.

Daarnaast werden afspraken gemaakt over de SWT-leeftijden. Voor de lange loopbanen en de zware beroepen blijft het volgens het ontwerp van akkoord mogelijk om nog 2,5 jaar lang op 59 jaar op brugpensioen te gaan. Voor bedrijven in moeilijkheden en in herstructurering wordt de brugpensioenleeftijd opgetrokken van 56 naar 58 jaar in 2019, naar 59 jaar in 2020 en naar 60 jaar eind 2020. Oudere werknemers kunnen in het kader van de landingsbanen vanaf 55 jaar op viervijfde basis werken, wie 57 is kan halftijds gaan werken.

Ook de uitkeringen gaan omhoog. De laagste uitkeringen stijgen met 2,4 procent, de hoogste met 1,1 procent. 

Staking

Het sociaal overleg werd uit het slop gehaald door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB), die vorige week de loonmarge herberekende. Een eerste berekening in januari had ruimte gelaten voor een maximale stijging van de brutolonen met 0,8 procent in de komende twee jaar. De drie vakbonden vonden dat te weinig in economisch goede tijden, trokken de stekker uit het overleg en hielden een nationale staking op 13 februari.

In een wel erg creatieve interpretatie van de loonwet berekende de CRB op aangeven van minister van Werk Kris Peeters (CD&V) de loonmarge opnieuw met recentere cijfers. Doordat het Planbureau en de Nationale Bank hun inflatievooruitzichten intussen wat getemperd hadden, kwam het eindresultaat deze keer op 1,1 procent uit.

De bonden hadden voor aanvang van de onderhandelingen in januari op meer gehoopt, maar toonden zich maandag bereid om met 1,1 procent als uitgangspunt opnieuw aan tafel te gaan.