Burgers krijgen de macht in Duitstalig België
Foto: Sebastian Steveniers
Een permanente burgerraad zet vanaf september mee de politieke lijnen uit in de Duitstalige Gemeenschap. ‘We zijn een lab voor de rest van Europa.’

Het parlement van de Duitstalige Gemeenschap zette gisteravond het licht op groen voor het ‘Ostbelgien Model’, een nieuwe vorm van burgerparticipatie. Het project belooft veel verder te gaan dan de bestaande ­experimenten in onder meer Ierland, Australië en Polen.

‘Het parlement en de politici staan hier een deel van hun macht af aan de burgers. Een uniek gebaar. De burgerraad wordt daardoor echt een orgaan om rekening mee te houden’, zegt Yves Dejaeghere, directeur van het burgerproject G1000 en samen met oprichter David Van Reybrouck een van de drijvende krachten achter het Duitstalige model.

Met zijn 77.000 inwoners valt Duitstalig België op het vlak van populatie te vergelijken met Kortrijk, Hasselt of Sint-Niklaas, maar Dejaeghere heeft het, de grootspraak niet schuwend, over ‘de plaats waar men voortaan gaat kijken hoe men politiek in de 21ste eeuw kan voeren’.

Uitgeloot

Hoe werkt het? Het parlement installeert na de verkiezingen via loting een permanente burgerraad van 24 inwoners. Die legt in september, bij de start van het parlementaire jaar, drie agendapunten vast. Ze kunnen zich laten inspireren door de plannen van de regering en het parlement, maar ook door de burgers. Honderd handtekeningen zijn voldoende om een voorstel op tafel te krijgen. De burgerraad moet daar drie thema’s uit filteren.

Na het vastleggen van de agenda worden per thema drie burgerpanels van telkens 25 tot 50 inwoners uitgeloot en geselecteerd op basis van geslacht, leeftijd, opleiding en woonplaats. Opvallend: inwoners maken al vanaf hun 16 jaar kans om gekozen te worden. Ook kunnen er nog meer criteria toegevoegd worden. ‘Als het thema “grensarbeid” is, dan moeten er bijvoorbeeld minstens vier inwoners zetelen die zelf over de grens werken. Als het thema “landbouw” is, moet er minstens één landbouwer bij zijn’, zegt Dejaeghere. De loting houdt  geen rekening met de nationaliteit. Ook niet-Belgen die in Duitstalig België wonen, kunnen dus geloot worden.

Dagvergoeding  van 75 euro

De burgerpanels komen drie weekends samen om over de thema’s te debatteren. Beslissen gebeurt op basis van consensus of met een viervijfdemeerderheid. Met die resultaten trekt de overkoepelende burgerraad naar de regering en het parlement. Zijn aanbevelingen zijn niet bindend, maar het parlement moet zich wel publiek verantwoorden als het de uitslag naast zich neerlegt.

Minstens vier vijfde van de deelnemers moet aanwezig zijn voor een geldige aanbeveling. Om hen over de streep te trekken, krijgen deelnemers in ruil voor hun aanwezigheid een vergoeding van 37,5 euro. ‘En als de vergadering langer dan vier uur duurt, dan verdubbelt dat bedrag’, zegt Dejaeghere. De Duitstalige Gemeenschap trok alvast 140.000 euro per jaar uit om alles te financieren.

Dertien experts, onder wie professoren uit Ierland, Polen en Australië werkten mee aan het ‘Ostbelgien Model’. Niet zonder trots benadrukte Karl-Heinz Lambertz, ex-minister-president van de Duitstalige Gemeenschap, in het parlement dat zijn regio ‘opnieuw een laboratorium wil zijn voor de rest van Europa’.

Steun van Soros

De Hongaars-Amerikaanse ­zakenman George Soros zit onrechtstreeks mee achter het Duitstalige burgerschaps­project. ‘We krijgen financiële steun van het Open Society ­Initiative for Europe (een fonds van Soros, red.)’, zegt David Van Reybrouck. ‘Dat fonds wordt onder meer gebruikt om summer schools te organiseren, om ons project in ­binnen- en buitenland kenbaar te maken.’