Regering gaat lobbyen tegen doodstraf Syriëstrijders
IS-strijders op een propagandafoto van terreurbeweging Islamitische Staat Foto: BELGA
De regeringspartijen willen de overgebleven Belgische Syriëstrijders niet berechten in eigen land, maar dringen aan op een ‘eerlijk proces’ in Irak.

Wat met de laatste Belgische Syriëstrijders in Irak en Syrië? Die vraag blijft de komende dagen en weken een belangrijk punt op de agenda van de regering in lopende zaken. In grote lijnen lijken de drie regeringspartijen, MR, Open VLD en CD&V, het min of meer eens over de aanpak.

Zo is er weinig animo om de Syriëstrijders actief naar ons land te halen om hier berecht te worden. ‘Het is gemakkelijk om te zeggen dat we ze hier moeten berechten. Maar hoe gaan we de bewijzen hier vergaren? Ze mogen hun straf niet ontlopen’, benadrukt CD&V-fractieleider Servais Verherstraeten. Ook premier Charles Michel gaf eerder al aan dat de Belgische Syriëstrijders ‘maximaal’ in de regio berecht moeten worden.

Ons land kijkt daarbij in de eerste plaats naar Irak. Voor de misdaden op Iraaks grondgebied kan het land zelf optreden. Volgens minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) is het ook ‘niet onlogisch’ dat de Iraakse autoriteiten juridische actie willen ondernemen met de elementen die ze ter beschikking hebben. Ook Open VLD-vicepremier Alexander De Croo zit op die lijn. ‘De Irakezen zijn daar heel duidelijk in: ze willen zelf enkele mensen, onder wie ook Belgische Sy­riëstrijders, berechten. En als ze dat willen, moeten ze dat doen’, benadrukte hij dinsdagavond al.

Principieel tegen

Niemand binnen de regering lijkt Irak dus een duimbreed in de weg te leggen, ook al stak een Iraakse gouverneur – in Terzake – niet onder stoelen of banken wat de Syriëstrijders boven het hoofd hangt: de doodstraf.

Zowel Human Rights Watch als Amnesty International waarschuwde de voorbije jaren dat Irak het tijdens zijn processen niet al te nauw neemt met bewijslast. Dat is ook de reden waarom een regeringsbron nu al benadrukt dat ons land zal aandringen op een ‘eerlijk proces, een advocaat en geen doodstraf’ voor de Belgische Syriëstrijders.

De regering trekt daarmee de lijn van vorig jaar door. Reynders vroeg Irak toen om de doodstraf voor de Belgische Syriëstrijder ­Tarik Jadaoun te herleiden tot een celstraf. ‘Ons land is principieel tegen de doodstraf, ongeacht voor welke feiten’, liet de minister van Buitenlandse Zaken optekenen. Al blijft die inspanning voorlopig zonder succes, de doodstraf geldt nog altijd voor Jadaoun.

Syrië blijft moeilijk

Ook Servais Verherstraeten benadrukt nu dat het ‘belangrijk is dat de spelregels nageleefd worden en dat het onderzoek op een correcte manier gebeurt. Wie een Belgische nationaliteit heeft, hoort bepaalde rechten van verdediging te krijgen en uitgesloten te worden van de doodstraf. We hebben daar belangrijke verdragen voor ondertekend, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.’ Ook ex-regeringspartij N-VA benadrukt overigens, na eerdere tegenstrijdige uitspraken, dat ons land moet duidelijk maken aan Irak dat we ‘principieel’ tegen de doodstraf zijn.

Voor de misdaden begaan in Syrië is de situatie nog altijd complexer. Daar blijven de plannen van de regeringspartijen, waarbij de nadruk vooral ligt op internationaal overleg en  de installatie van een internationaal gerechtshof, vooralsnog vaag.