Asielaanvragen in Europa gedaald tot niveau van voor vluchtelingencrisis
Asielzoekers schuiven aan bij de Dienst Vreemdelingenzaken in Brussel. Foto: Bart Dewaele

Het aantal asielaanvragen in Europa is in 2018 gedaald tot hetzelfde niveau als in 2014, voor het begin van de vluchtelingencrisis. In totaal werden 634.700 dossiers ingediend in de EU-landen, Zwitserland en Noorwegen, terwijl het aantal goedgekeurde asielaanvragen daalde van 40 naar 34 procent. Dat blijkt uit een rapport van het European Asylum Support Office (EASO).

Het aantal aanvragen daalde met 10 procent in vergelijking met 2017, toen er een daling van 44 procent werd geregistreerd in vergelijking met een jaar eerder. Het gaat om de derde daling op rij na de enorme toename van het aantal aanvragen gelinkt aan de vluchtelingencrisis van 2015. In 2014 waren er 641.000 aanvragen.

Eind 2018 stonden nog 448.300 asieldossiers open. Ter vergelijking: in de herfst van 2016 waren dat er meer dan 1 miljoen.

Het grootste aantal asielaanvragen was afkomstig van Syriërs (74.800 dossiers), gevolgd door Afghanen (45.300) en Irakezen (42.100). Syrië stond ook in 2017 op kop, maar toen waren er wel nog een kwart meer aanvragen dan vorig jaar. Ook Venezuela, waar sinds 2016 een politieke en economische crisis heerst, bevindt zich in de top 10, met een verdubbeling van het aantal aanvragen tot 22.200.

De Europese landen hebben asiel verleend aan 34 procent van de mensen die voor het eerst asiel aanvroegen, een daling van 6 procentpunt tegenover een jaar eerder. Hoeveel aanvragen positief worden geëvalueerd, schommelt erg van land tot land: bij de Syriërs en Jemenieten gaat het om 87 procent en bij de Eritreeërs om 82 procent, terwijl slechts 4 procent van de Gambianen en 5 procent van de Senegalezen asiel kregen.