Turkije en Hongarije maken tuimeling op corruptielijst
Het besluit zelf rechters te benoemen kost de regering van Viktor Orbán punten in de strijd tegen corruptie. Foto: ISOPIX

Volgens de nieuwe, jaarlijkse corruptielijst van Transparency International is het probleem van corruptie het afgelopen jaar wereldwijd alleen maar groter geworden. In Europa maken vooral Hongarije en Turkije een slechte beurt.

‘Met de opkomst van populistische en autocratische leiders, zijn wereldwijd heel wat democratische instellingen onder druk komen te staan. We moeten daarom meer doen om de scheiding der machten te versterken en burgerrechten te waarborgen’, zegt Patricia Moreira, directeur bij Transparency International bij de publicatie van het jaarlijkse rapport.

Daarin worden 180 landen gerangschikt op basis van de gepercipieerde hoeveelheid corruptie die er plaatsvindt, door enquêtes af te nemen bij onder meer zakenmensen, experts en journalisten. Hoe corrupter een land, hoe lager de score uitvalt op een totaal van honderd punten.

Voor het zoveelste jaar op rij staan Denemarken (88 punten) en Nieuw-Zeeland (87 punten) bovenaan de lijst als minst corrupte landen. Finland, Singapore, Zweden, Zwitserland, Noorwegen, Nederland, Canada, Luxemburg, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk vervolledigen de top tien.

België scoort net als vorig jaar 75 punten. Ons land zakt daarmee wel van de zestiende naar de zeventiende positie in de rangschikking, omdat andere landen wel vooruitgang hebben gemaakt in de strijd tegen corruptie.

Zorgen over Hongarije

Veertien landen in de top twintig zijn West-Europese landen of lidstaten van de Europese Unie. Toch luidt Transparency International de alarmbel over wat het ‘de stagnerende strijd tegen de corruptie’ op het continent noemt. Zo wordt er gedraald met de vertaling van strenge Europese anticorruptiewetgeving naar nationale wetgeving, merkt de anticorruptiewaakhond bijvoorbeeld op.

De slechtste leerlingen van de Europese klas zijn Bulgarije (42 punten, 77ste positie) en Griekenland (45 punten, 67ste positie). Zorgwekkend is echter vooral de scherpe daling die Hongarije onder premier Viktor Orbán laat optekenen, zo vindt Transparency International. Hongarije (46 punten) verloor in vijf jaar tijd 8 punten, en tuimelde op die manier naar de 64e plaats. Zo besloot het EU-land onlangs om buitenlandse ngo’s aan banden te leggen, trok de regering meer macht naar zich toe om zelf rechters te benoemen en zijn er beschuldigingen van het misbruik van EU-fondsen.

De slechte score van Turkije (41 punten, goed voor de 78e positie) baart de organisatie eveneens zorgen.

Ook VS verliest terrein

Opvallend: de Verenigde Staten (71 punten, 22ste positie) vallen dit jaar buiten de top twintig. Transparency International wijt dat onder meer aan de tendens bij president Donald Trump om vrije media en internationale organisaties te bekritiseren, opruiende taal te gebruiken, gemakzuchtige oplossingen voor te stellen in de strijd tegen corruptie en het conflict tussen zijn ambt als president en zijn zakelijke belangen.

Helemaal onderin de rangschikking bevinden zich landen als Venezuela (18 punten, 168ste positie), Afghanistan (16 punten, 172ste positie) en Zuid-Sudan (13 punten, 178ste positie). Van alle 180 onderzochte landen is Somalië de hekkensluiter, met amper 10 punten.

Over de kosten van corruptie bestaan geen exacte berekeningen, alleen wilde schattingen. Die lopen van 1 tot 5 procent van het wereldwijde bbp. Het wereldwijde bbp is 65 biljoen euro. Als 3 procent daarvan naar corruptie gaat, spreken we over een bedrag van 2 biljoen euro.