Katholiek onderwijs wil 16-jarigen laten kiezen tussen universiteit en hogeschool
Topman Lieven Boeve Foto: BART DEWAELE

Katholiek Onderwijs Vlaanderen vraagt minstens 300 miljoen euro subsidie voor bijkomende investeringen in scholen. Het katholiek onderwijs wil ook meer vrijheid door eindtermen in de tweede graad te schrappen en wil jongeren al in het vijfde middelbaar laten kiezen voor de hogeschool of universiteit.

De vraag naar meer middelen is een onderdeel van de meer dan vijftig maatregelen die Katholiek Onderwijs Vlaanderen vraagt van de volgende Vlaamse regering. De maatregelen, vervat in een memorandum voor de volgende Vlaamse regering, werden dinsdag voorgesteld op het ledencongres ‘Genereus ambitieus’ in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen.

‘We stellen 54 maatregelen voor die vanuit het werkveld gevraagd worden’, zegt directeur-generaal Lieven Boeve. ‘Om kwaliteitsvol ‘ambitieus en genereus’ onderwijs te realiseren zijn er randvoorwaarden die we hebben vastgelegd in het memorandum. Ook al vergen een aantal van die maatregelen extra middelen, tegelijk is dat voor 32 daarvan - voor 6 op de 10 - niet het geval.’

Lerarentekort

Katholiek Onderwijs Vlaanderen stelt de leraar centraal. ‘We stevenen op een groot lerarentekort af, het zal er dus op aankomen om onderwijs te profileren als een aantrekkelijke sector’, zegt Lieven Boeve. Hij dringt aan op een breed loopbaanpact met aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden. Met een jaaropdracht voor leraren is de leraar breed inzetbaar op basis van zijn competenties en die van het lerarenteam.

Ook de invulling van die teams is belangrijk. ‘Een evenwichtige samenstelling van lerarenteams bestaat uit een mix van bachelors, masters en gegradueerden’, zegt Lieven Boeve. ‘Dankzij ondersteuning door aanvangsbegeleiding en voortdurende professionalisering tijdens de carrière, kunnen we dat talent langer aan boord houden.’

Vandaag benadrukte Lieven Boeve al in De Standaard dat het voor hem niet uitmaakt of zijn leerkrachten goede katholieken zijn. Zolang ze maar een meerwaarde hebben voor de school. ‘Iedereen die aan ons project wil meewerken, is welkom’, zei de topman van het katholiek onderwijs.

Voorbereiding universiteit of hogeschool

Katholiek Vlaanderen herhaalt zijn pleidooi voor een campagne die het lerarenberoep moet promoten, net als het vak voor zij-instromers aantrekkelijker te maken. Dat kan door te investeren in kwaliteitsvolle verkorte trajecten en in faciliteiten voor werkstudenten en leraren-in-opleiding, en door nuttige ervaring tot 20 jaar te verrekenen voor alle vakken en ambten.

Voor de implementatie van de modernisering van het secundair onderwijs pleit Katholiek Onderwijs Vlaanderen voor een ingroeiperiode van twee à drie schooljaren bij de introductie van elk nieuw leerplan.

Boeve pleit daarbij ook voor een blijvende aandacht voor algemene vorming. Hij vraagt ook aandacht voor een duidelijkere opsplitsing in de doorstroomrichtingen die voorbereiden op universitaire studies en andere die toeleiden naar de hogeschool.

Concreet stelt het Katholiek Onderwijs dus geen driedelige, maar een vierdelige structuur voor. Bij een driedelige structuur, zoals bij de modernisering van het secundair onderwijs die ingaat in september, zijn er drie doorstroomrichtingen: het hoger onderwijs, de arbeidsmarkt of beide. Het Katholiek Onderwijs is nu een minnaar van een vierdelig systeem, waarbij het hoger onderwijs wordt opgesplitst in de hogeschoolopleidingen en universitaire opleidingen.

Een tweede opvallend voorstel in het memorandum: Boeve wil enkel voor de eerste en de derde graad eindtermen voorzien. Dat betekent dat er niet langer eindtermen zouden zijn voor de tweede graad. Die eindtermen bepalen welke inhouden de leerlingen moeten kennen en zijn opgesteld door de overheid. Het Katholiek Onderwijs wil dus meer vrijheid om de leerinhouden te bepalen.

Directeur

Boeve benadrukt ten slotte dat schooldirecteurs volgens Katholiek Onderwijs Vlaanderen een grote rol spelen in de onderwijscultuur en bij het beperken van planlast. ‘De schoolleider moet een uitdagend en waarderend personeelsbeleid kunnen uitbouwen, maar ook een soepele evaluatieprocedure kunnen hanteren bij personeelsleden die minder goed presteren’, zegt Lieven Boeve.

Gezien de toenemende verantwoordelijkheden van een directeur is een significante en permanente loonspanning van minstens 35 procent tussen de schoolleider en diegene aan wie hij of zij leiding geeft, gepast. Ten slotte vraagt het onderwijsnetwerk de volgende Vlaamse Regering om het ambt van internaatbeheerder om te zetten in een directieambt met een verloning van een directeur uit het basisonderwijs.