Laat schooltaken verbeteren over aan de onderwijsassistent
Foto: Bart Dewaele

Topman Lieven Boeve van het katholiek onderwijs pleit voor de invoering van onderwijsassistenten om de werkdruk van leerkrachten te verlichten.

Leerkrachten kreunen onder de groeiende werkdruk. Bijna veertig procent van de ziektedagen in het onderwijs is het gevolg van stress, depressie of burn-out. Om dat probleem aan te pakken, breekt het katholiek onderwijs een lans voor de invoering van onderwijsassistenten – in eerste instantie in het basisonderwijs, later ook in het secundair. Dat voorstel staat in het memorandum voor de nieuwe Vlaamse regering dat morgen op een groot ledencongres ter goedkeuring wordt voorgelegd.

De assistenten zouden bijvoorbeeld administratieve taken kunnen overnemen, meegaan op schooluitstap, toezicht houden op de speelplaats, taken verbeteren of leerlingen die extra aandacht nodig hebben even apart nemen.

‘Het idee van één leraar voor één klas is eigenlijk voorbijgestreefd’, zegt Lieven Boeve, topman van het katholiek onderwijs. ‘We moeten nadenken over lerarenteams en de verschillende rollen die de leden van dat team kunnen opnemen. Zo kunnen we ook veel beter onderwijs op maat geven.’

Nieuwe opleiding

Wie nu in het basisonderwijs wil starten, heeft standaard een bachelordiploma in het kleuter- of lager onderwijs nodig. ‘We missen twee belangrijke schakels: universitairen en jongeren uit het hoger beroepsonderwijs’, zegt Boeve.

‘We hebben eerder al gepleit voor masters in de basisschool en dat blijft een legitieme wens. We weten dat de bachelors lager onderwijs soms worstelen met Frans en wiskunde. De masters kunnen daar ondersteunen. Nu vragen we de Vlaamse overheid en de vakbonden om ook de piste van onderwijsassistent te onderzoeken.’

De opleiding tot onderwijsassistent zou twee jaar duren en zich bevinden op het niveau van het hoger beroepsonderwijs of graduaat, en is dus vooral bedoeld voor jongeren uit het bso. ‘Er zijn veel jongeren uit het beroeps die bijzonder gemotiveerd zijn om in het onderwijs te staan’, zegt Boeve. ‘Zij kunnen nu enkel proberen om een bachelordiploma te halen. Dat lukt vaak niet omdat ze algemene vorming missen. Een graduaat is dan een mooi alternatief.’

Elk schoolteam zou zo kunnen bestaan uit een meerderheid bachelors, enkele masters en verschillende assistenten voor ondersteuning in de klas.

Volgens Boeve zijn de onderwijsassistenten geen antwoord op het lerarentekort. Dat laat zich nu al voelen en zal de komende jaren alleen maar nijpender worden. ‘We willen geen leerkrachten vervangen door onderwijsassistenten’, zegt hij. ‘Maar in noodsituaties is het beter om iemand te hebben die tenminste een beetje pedagogisch gevormd is dan helemaal niemand.’

Toch bestaat het risico dat we zo de deur openen voor laagopgeleide leerkrachten. In Nederland bestaan ook onderwijsassistenten die in principe niet autonoom voor de klas mogen staan, maar in de praktijk gebeurt het wel. Bovendien zijn die assistenten goedkoper: het onderwijs betaalt immers volgens diploma.

‘De onderwijsassistent zal altijd onder de verantwoordelijkheid van een leerkracht vallen’, verzekert Boeve. ‘Het is niet de bedoeling dat die autonoom lesgeeft. Om de werkdruk te verlichten, moeten ze ook boven op het nodige aantal leerkrachten komen.’ Vraag is nu of de vakbonden en de volgende Vlaamse regering mee in dat verhaal willen stappen.