Francken hekelt ‘bloeddorst’ rond visa-affaire en neemt DVZ opnieuw onder vuur
Foto: BART DEWAELE

Voormalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) vindt dat er in het schandaal rond de humanitaire visa sprake is van ‘politieke afrekening’. Dat DVZ 'alles op een hoopje gooit', helpt niet. Dat zei hij zondag in De Zevende Dag.

Francken kreeg de voorbije dagen de wind van voren in het dossier van de humanitaire visa. Aanleiding is het schandaal rond het Mechelse N-VA-gemeenteraadslid Melikan Kucam. Hij zou humanitaire visa hebben geregeld voor oosterse christenen, in ruil voor betaling. De man trad op als tussenpersoon voor het kabinet-Francken.

In De Zevende Dag herhaalde Francken dat hij de mogelijke praktijken van Kucam veroordeelt. Maar de N-VA’er blijft de humanitaire reddingsacties verdedigen en hij weerlegt dat er sprake is van cliëntelisme.

DVZ

Intussen gaat het welles-nietesspel tussen Francken en de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) voort. 'Ze gooien alles op één hoopje', zei Francken tijdens het debat. 'Ik herhaal: enerzijds is er het resettlement-programma van de VN, waar ook België aan deelneemt. (...) Daar gebeurt er altijd een check op asiel. Anderzijds zijn er de humanitaire corridors, rechtstreeks vanuit Syrië.'

Francken ontkende opnieuw nadrukkelijk dat de mensen die een humanitair visum verkregen via zijn kabinet minder grondig zouden zijn gescreend, wat het DVZ eerder had gecommuniceerd. 'Er was geen vip-behandeling voor die Mechelse lijst.' 

'Wellust' en 'bloeddorst'

De voormalige staatssecretaris ging ook in de tegenaanval. De forse kritiek die hij de voorbije dagen heeft gekregen ruiken volgens hem naar ‘politieke afrekening’ en ‘bloeddorst’. ‘Als het maar een politieke agenda dient’, klonk het.

Daarmee sluit Francken aan bij het verweer van partijvoorzitter Bart De Wever. Die liet zaterdag bij VTM optekenen dat de forse kritiek het bewijs is dat ‘N-VA eraan moet’. ‘De wellust druipt er gewoon af’, besloot De Wever.

Volgens De Wever is de hoofdzaak dat er mensen zijn gered van een gewisse dood. ‘In het Midden-Oosten was er een situatie bezig zoals we die sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer hebben gekend. Dat we die mensen daar hebben weggehaald is een daad van absolute goedheid.’