Opmars SUV’s doet dieselverbruik klimmen
Foto: Gert Verbelen
Hoewel het aantal dieselwagens afneemt, zal er dit jaar wellicht meer diesel worden verbruikt en meer CO2 worden uitgestoten, verwacht de VAB.

Van de vorig jaar nieuw verkochte personenwagens had maar een derde een dieselmotor. Een jaar voordien was dat nog bijna de helft (46 procent). Voor benzinewagens is een omgekeerde trend merkbaar. Dat lijkt goed nieuws voor de luchtkwaliteit, want wilden we niet af van de vervuilende diesel? Maar opgelet, waarschuwt mobiliteitsorganisatie VAB nu, het grotere plaatje kleurt iets anders.

De VAB heeft de trends in de autoverkoop van privégezins­wagens onder de loep genomen en komt tot een opmerkelijke conclusie: ‘De kans is groot dat er dit jaar net méér diesel verbruikt zal worden, zegt Maarten Matienko, woordvoerder van de VAB.

Steeds meer SUV’s

Die voorspelling is gebaseerd op de vaststelling dat een Vlaams gezin steeds vaker kiest voor een stoere SUV, een sports utilty ­vehicle of terreinwagenachtig model. Die zijn zwaarder, hebben een grotere luchtweerstand en verbruiken daardoor minstens 15 procent meer dan de klassieke gezinswagens, zeg maar de breaks of berlines.

En net omdat dit soort wagens aanzienlijk meer verbruikt, opteren de kopers in dit segment voor diesel, want een benzineversie slikt nog meer brandstof.

De SUV’s zijn niet alleen geliefd als bedrijfswagen, maar ook steeds meer bij privékopers in hun compactere versies. In 2008 waren ze goed voor 8 procent van de verkochte exemplaren, in 2018 was dat aandeel al naar 37 procent geklommen. ‘De Vlaming vindt ze functioneel’, verklaart Matienko de trend. ‘De hogere instap bevalt veel mensen en ze worden ook veiliger bevonden. Maar het gaat toch vooral om een emotionele en geen rationele keuze.’

Duurdere diesel

Bij de kleinere stadswagens is diesel helemaal passé en heeft benzine het overwicht. Die stadswagens zijn weliswaar zuiniger, maar ook in deze categorie doet de opmars van de SUV’s het gemiddelde verbruik weer stijgen, zij het in lichtere mate.

Dat heeft de VAB uitgerekend op basis van een dertigtal populaire modellen. Een gezinswagen op diesel zou in 2019 gemiddeld 0,7 liter per honderd kilometer meer verbruiken dan in 2015, en een benzinewagen 0,2 liter.

Voor wie 15.000 kilometer per jaar rijdt, zal diesel zelfs voor het eerst duurder uitvallen dan benzine. Waar een dieselrijder in 2010 nog 579 euro uitspaarde, moet hij nu gemiddeld 24 euro meer betalen dan een benzinerijder.

Wie met een dieselmotor rijdt, zal dit jaar gemiddeld meer brandstofkosten betalen. Door het hogere verbruik, maar ook als gevolg van het accijnsbeleid van de regering om het traditionele prijsverschil tussen diesel en benzine uit te vlakken (het ‘clicquet’-systeem)

Bovendien zal ook de CO2-uitstoot van het gezinswagenpark toenemen. Per liter is de uitstoot van diesel licht groter dan die van benzine.

Belastingen en CO2

Ook fiscaal zal er een en ander veranderen, zegt Matienko. De wereld weet al geruime tijd dat de autoconstructeurs creatief zijn omgesprongen met de testprocedures om de Europese uitstootnormen te halen. De uitstootgegevens bleken een onderschatting van de reële prestaties op de weg. Maar ondertussen is er een nieuwe testprocedure: de WLTP. Wanneer die nieuwe resultaten zullen worden toegepast voor de berekening van de autofiscaliteit, zal dat ook een impact hebben.

‘De verkeersbelastingen in Vlaanderen zijn gebaseerd op uitstoot’, preciseert Matienko. ‘Deze nieuwe meetmethode gaat in alle gevallen resulteren in een hoger uitstootcijfer dan wat we vandaag kennen. Als er geen herziening van de belastingschalen komt, zullen kopers van een nieuwe wagen voortaan meer belasting moeten betalen. Die herziening is beloofd, maar ik geloof niet dat het een nuloperatie wordt. Eigenaars van specifieke modellen, die slechter gaan scoren qua uitstoot, zullen het gelag betalen. Dat wordt een pittige kwestie voor de volgende Vlaamse regering.’

Matienko geeft de burger nog wat goede raad mee. ‘Wie vandaag een auto koopt, laat het best de ratio wat meer doorwegen en heeft voldoende keuze in de kleinere, zuinigere modellen.’