De Amerikaanse oud-president George H.W. Bush is vrijdag overleden. Hij was van 1989 tot 1993 het staatshoofd van de Verenigde Staten en werd 94 jaar.

‘Onze lieve vader is overleden’, klinkt het in het statement van de familie, ondertekend door zijn zoon George W. Bush. ‘Hij was een man van het grootste karakter en de beste vader een zoon of dochter kon wensen.’

Bush overleed vrijdag om 22 uur in Dallas, bevestigde een woordvoerder van de familie aan AP. De voorbije jaren moest hij al verschillende keren in het ziekenhuis blijven. Zo werd hij daags na de begrafenis van zijn vrouw Barbara, in april van dit jaar, opgenomen met een bloedvergiftiging na een infectie.

Politiek in het bloed

Bush werd op 12 juni 1924 geboren in Milton, in de Amerikaanse staat Massachusetts. Hij komt uit een politieke familie: hij was de zoon van Dorothy en Prescott Bush, een bankier die gedurende tien jaar (van 1952 tot 1962) ook senator was voor de staat Connecticut. Met zijn vrouw Barbara kreeg hij zes kinderen: George W., Robin, John (beter gekend als Jeb), Neil, Marvin en Dorothy. Ook zij zetten de familitraditie verder: George W. was van 2001 tot 2009 ook Amerikaans president. Jeb werd gouverneur, en was bij de vorige verkiezingen presidentskandidaat.

Nixon

Bush begon zijn carrière in het leger. Tijdens de tweede wereldoorlog was hij piloot bij de marine. Hij voltooide daarna zijn universitaire studies, en verzamelde een fortuin door de handel in olieconcessies.  Bush had zich intussen opgewerkt binnen de republikeinse partij en raakte tot twee maal toe verkozen in het huis van Afgevaardigden (in 1966 en 1968). Hij kwam ook twee maal op voor de senaat (in 1964 en 1970), maar telkens zonder succes.

Zijn politiek talent was de toenmalige president Nixon wel opgevallen. Hij benoemde Bush tot ambassadeur bij de VN en hoofd van de Republikeinse Partij.  Na het Watergate-schandaal kwam hij ook een tijd aan het hoofd van de CIA te staan.

Vice-president

Eind jaren 70 kwamen zijn presidentiële ambities boven. Hij deed een gooi naar het presidentschap, maar zijn partij schoof Ronald Reagan naar voor. Die sloot uiteindelijk een verbond met Bush, en Bush werd acht jaar lang de vicepresident van de VS, van 1980 tot 1988. Toen de tweede termijn van Reagan erop zat, deed Bush zelf met succes een gooi naar het presidentschap. 

Bush' beleid viel samen met het einde van de Koude Oorlog en de democratisering van het Oostblok. Het zorgde voor een euforische sfeer in de internationale betrekkingen. Het motiveerde Bush om voluit de kaart van de vrijhandel en democratisering te kiezen.

Golfoorlog

Maar het presidentschap van Bush wordt voor velen, vooral buiten de VS, vereenzelvigd met de Golfoorlog. Toen de Iraakse leider Saddam Hoessein op 2 augustus 1990 Koeweit binnenviel, reageerde Bush snel. Met de steun van de VN-veiligheidsraad werd Irak binnengevallen en de snelle overwinning op het Iraakse leger bezorgde Bush tijdelijk een enorme populariteit.

Maar op binnenlands vlak verliep het minder vlot. Dat was vooral een gevolg van de economische recessie waarin de VS verzeild was geraakt. Onder de slogan 'It's the economy, stupid' speelde Bill Clinton daarop in, tijdens de presidentsverkiezingen van 1992. Het werkte, want Bush werd verslagen door zijn democratische tegenstander.

Aanvaring met Trump

Na zijn nederlaag trok Bush zich grotendeels terug uit het openbaar leven, al voerde hij wel mee campagne voor de politieke carrière van zijn zonen. Met de meest recente verkiezingen zorgde dat voor een primeur: na de felle aanvaringen tussen toenmalig kandidaat Donald Trump en Jeb Bush weigerde George Bush zich uit te spreken voor Trump. Het zou de eerste keer zijn geweest dat Bush I zich niet achter een Republikein schaarde. Volgens geruchten zou de oud-president zelfs voor Hillary Clinton gestemd hebben, maar dat werd niet bevestigd.

Ook in het kader van de #MeToo-onthulligen kwam Bush ook in de spotlight te staan. Zo beschuldigde een actrice hem van onzedig gedrag tijdens een ontmoeting jaren eerder. Bush verontschuldigde zich voor zijn gedrag.