Peumans over uittredingsvergoedingen: ‘Het kan best met minder’
Foto: BELGA

Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) is bereid de discussie over de uittredingsvergoedingen voor parlementsleden te heropenen. Dat zei hij aan Villa Politica.

Het vertrek van CD&V-kopstukken Jo Vandeurzen en Pieter De Crem uit de nationale politiek heeft de discussie over de uittredingsvergoedingen van volksvertegenwoordigers opnieuw doen oplaaien. Vandeurzen heeft recht op 400.000 euro. Ook Pieter De Crem neemt zijn vergoeding van 390.000 euro bruto op.

Persoonlijk vindt Peumans dat het best met minder zou kunnen. Maar hij vindt niet dat de spelregels ‘en cours de route’ aangepast kunnen worden.

Bijsturing

Hij wijst erop dat het systeem enkele jaren geleden al is bijgestuurd en aangescherpt. ‘De zes partijen hebben dat toen samen beslist. Als het systeem opnieuw veranderd moet worden, dan moeten de zes partijen dat zeggen’, aldus Peumans. Hij is bereid het debat daarover te heropenen.

Tegelijk stoort het Peumans dat er over de uittredingsvergoedingen veel onjuistheden worden verspreid. Zo worden de bedragen niet in één keer uitgekeerd, zijn de bedragen belastbaar en kan de som niet gecombineerd worden met een pensioen.

Onzeker

Als de discussie over het statuut en de vergoedingen voor volksvertegenwoordigers opnieuw geopend zou worden, dan moet er volgens Peumans ook met andere elementen rekening gehouden worden. Zo heeft een parlementslid geen ‘vastheid van betrekking’, heeft een parlementslid geen recht op een werkloosheidsuitkering en heeft een goed parlementslid ook geen ‘nine to five’-job. ‘Men doet vaak weken van 60 of 70 uur en als politicus ben je ook niet zeker dat je er de volgende keer opnieuw bij bent’, zegt Peumans nog.