Betogers van ‘paraplurevolutie’ in Hong Kong pleiten onschuldig
Aanhangers van de Occupy Central-beweging protesteren aan het gerechtsgebouw. Foto: EPA-EFE

Negen voortrekkers van de ‘paraplurevolutie’, die in 2014 in Hong Kong streden voor meer democratie, pleiten onschuldig tijdens het proces. Ze worden aangeklaagd voor overlast en opjutten van de massa.

Sommige stadsdelen van Hong Kong lagen volledig stil tijdens het protest in 2014, dat drie maanden aansleepte. Drie betogers, sociologieprofessor Chan Kin-man, rechtenprofessor Benny Tai en predikant Chu Yiu-ming, riskeren nu zeven jaar cel voor het opjutten van massaprotest. De mannen richtten in 2013 de groep ‘Occupy central with Love and Peace' op, en eisten algemeen stemrecht. Ze protesteerden tegen het feit dat China een leider aanstelt in Hong Kong, zonder dat ze kunnen stemmen. Er staan daarnaast nog zes andere betogers terecht.

‘De negen beklaagden pleiten allemaal onschuldig’, staat de lezen in een gemeenschappelijke boodschap van de beklaagden. ‘Deze beschuldigingen stelt de regering in staat om vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen. Maar onze beweging zal niet worden stilgelegd.’

Honderden aanhangers van de beweging zijn naar de rechtszaal afgezakt om te protesteren tegen het proces. ‘Vreedzaam verzet’, scanderen ze. ‘Wij willen echt stemrecht.’

Protest

De betogers kampeerden in 2014 in totaal 79 dagen voor regeringsgebouwen. De protesten, waarvan gele paraplu’s het symbool werden, verstoorden het dagelijkse leven in Hong Kong grondig. Toch heeft het uiteindelijk niet geleid tot veranderingen in het beleid.

Hong Kong maakte tussen 1841 en 1977 deel uit van Groot-Brittannië, maar kwam in 1997 terug in Chinese handen terecht onder het principe ‘één land, twee systemen’. Hong Kong kreeg de garantie een hoge mate van autonomie te hebben, en recht op vrije meningsuiting en het recht om te protesteren. Waarnemers stellen de laatste jaren vast dat de overheid in Hong Kong de individuele rechten van de burgers inperkt.