Eindelijk: 'parel van de barok' na dertig jaar uit de steigers
De begijnhofkerk in Mechelen. Foto: Sven Van Haezendonck

De begijnhofkerk in Mechelen, een parel van de barok en samen met het Groot begijnhof erkend als Unescowerelderfgoed, is sinds donderdag na meer dan dertig jaar uit de steigers. De schitterende barokke voorgevel van de zeventiende-eeuwse kerk is gebaseerd op een Italiaans model.

In 2001 was het zelfs zo erg gesteld dat de stad de stellingen moest laten restaureren omdat de werkzaamheden eindeloos lang aansleepten. In het najaar van 2014 werd de werf opnieuw opgestart.

De aannemer moest zo’n 360 ton natuursteen en 70 ton steen demonteren voor herstelling. Ook 2.000 vierkante meter dakbedekking werd vernieuwd. Na vier jaar en een investering van 5,9 miljoen euro is het project afgerond. Tegen 2020-2021 moet ook de restauratie van het interieur achter de rug zijn. Die kost 2,6 miljoen euro.

De kerk werd getekend door de jezuïet Pieter Huyssens, maar de uitvoering werd gedaan door Brusselaar Jacques Francart. Hij was de hofarchitect van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Omdat de Mechelse begijnen kapitaalkrachtig waren, konden ze deze grote namen inhuren. Omdat de restauratiewerken binnen nog niet afgewerkt zijn, kunnen liefhebbers de kerk nog niet bezoeken.