Geen verbod op kunstgras in Nederlandse eredivisie, wel bonussen voor wie op natuurgras blijft spelen
Foto: EPA-EFE

De clubs uit de Eredivisie zijn er donderdag niet in geslaagd een akkoord te bereiken over grote veranderingen die de Nederlandse competitie op een hoger niveau moeten brengen. Het terugbrengen van de Eredivisie van achttien naar zestien clubs en het verbod van het spelen op kunstgras, twee van de belangrijkste plannen, gaan niet door.

Bestuurders van de achttien Eredivisieclubs zagen elkaar donderdag op een vergadering in Utrecht. Centraal stonden enkele maatregelen om de Nederlandse eerste klasse uitdagender en interessanter te maken. Maar de clubs vonden geen overeenkomst, waardoor de zogenaamde ‘Eredivisie 2.0’ niet echt van de grond komt.

De hoogste voetbalklasse in Nederland blijft uit achttien clubs bestaan. Het is de huidige eredivisieclubs niet gelukt een akkoord te bereiken over een inkrimping naar zestien teams (zoals in België). “Er was geen benodigde meerderheid”, zei Jacco Swart, voorzitter van de Eredivisie CV. Voortaan degraderen wel twee clubs rechtstreeks uit de eredivisie en promoveren er dus ook twee clubs direct uit de eerste divisie. “Het uitgangspunt is dat de beste teams in de eredivisie spelen.”

Voetballen op kunstgras was ook een van de grote discussiepunten, maar tot een verbod komt het niet. Wel komt er per seizoen een bonus van maximaal 350.000 euro voor clubs met natuurgras. Dat moet ervoor zorgen dat ploegen hun natuurgras behouden of weer overschakelen naar natuurgras.

De Nederlandse clubs vonden wel een akkoord voor enkele kleinere veranderingen. Teams die meedoen aan het hoofdtoernooi van de Champions League of Europa League, hoeven vanaf het seizoen 2020-2021 pas een ronde later in te stromen in het Nederlandse bekertoernooi. Europees spelende clubs staan op hun beurt ook vijf procent van de opbrengsten die ze krijgen van de UEFA af aan de andere clubs.

Daar staat tegenover dat de ‘kleinere’ clubs meer geld krijgen. “Europees spelende clubs gaan 5 procent van hun opbrengsten, dus opbrengsten die ze krijgen vanuit de UEFA, herverdelen onder de andere clubs in de eredivisie”, aldus Swart. Clubs die op kunstgras spelen, horen daar niet bij.

“Een andere bron van inkomsten is het bedrag dat de eredivisie nu van de UEFA krijgt vanuit de zogenoemde solidariteitsgelden. Die worden nu evenredig verdeeld over de niet in Europa spelende eredivisieclubs. 15 procent van dat bedrag gaat voortaan naar de clubs uit de eerste divisie, mede bedoeld voor hun jeugdopleidingen.”