Weyts moet zich (opnieuw) verantwoorden omdat pers eerder informatie kreeg dan parlementslid
Minister van Mobiliteit Ben Weyts. Foto: BELGA

Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) gaf opgevraagde informatie eerst vrij aan de pers en pas later aan CD&V-parlementslid Karin Brouwers. Daarvoor moest Weyts zich (opnieuw) bij Parlementsvoorzitter Jan Peumans verantwoorden. Weyts verwijst naar de stortvloed vragen die zijn kabinet jaarlijks krijgt en zegt dat het niet zijn bedoeling is ‘afspraken met het Vlaams Parlement met de voeten te treden’.

Op 24 september diende CD&V-parlementslid Karin Brouwers in het parlement een schriftelijke vraag in naar aanleiding van een dodelijk ongeval met een 15-jarige fietser op de Haachtsesteenweg in Haacht. Op 26 oktober krijgt Brouwers het antwoord van minister Weyts. Daarin staat dat het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) contact heeft opgenomen met de lokale politie en dat ‘mogelijke maatregelen onderzocht worden’.

‘Maar nog voor ik dat antwoord kreeg, stond er al veel meer en betere informatie van Weyts in de kranten’, zegt Karin Brouwers. Zo stond al voor 26 oktober in verschillende kranten dat er op de bewuste plek werk zal worden gemaakt van vrijliggende fietspaden en dat er gestart zal worden met onteigeningsprocedures. ‘Dat vind ik er echt over. De pers krijgt eerder en meer informatie dan een parlementslid. Het werk van parlementsleden moet gerespecteerd worden. Het is niet de eerste keer dat Weyts dit doet’, aldus Brouwers.

De CD&V-politica kaartte de zaak aan bij Parlementsvoorzitter Jan Peumans. Die tikte Weyts al meermaals op de vingers voor soortgelijke kwesties. De laatste keer stond in de brief van Peumans zelfs: ‘Geen enkele inbreuk kan en zal nog worden getolereerd’.

In zijn schriftelijke antwoord aan Peumans erkent Weyts dat hij ‘elementen’ van informatie uit de schriftelijke vraag van Brouwers aan de pers heeft bezorgd. ‘Het is evenwel verre van mijn bedoeling om afspraken met het Vlaams Parlement met de voeten te treden’, klinkt het.

Weyts verwijst naar de lawine schriftelijke vragen die zijn kabinet te verwerken krijgt: 1.455 op één jaar. ‘Het is bijna onmogelijk om bij elke persvraag of wel initiatief dan ook eerst in de bulk van schriftelijke vragen te duiken om te checken of over het onderwerp een vraag werd ingediend of recent werd beantwoord’, legt de N-VA-minister uit.