Langs bij een vervalser: 'Die man ging daarnet toch met een gesigneerde Miró naar buiten?'
Foto: Gert Verbelen
Na zijn arrestatie stopte Geert Jan Jansen met het vervalsen van kunst. Of toch niet? In een kasteel bij Utrecht verkoopt hij zijn werk, zowel in zijn eigen stijl als in die van Appel, Picasso of Monet. ‘Ik schaam me niet voor mijn verleden, maar het blijft aan me kleven.’

Zaterdag trekt journalist Geert Sels in dS Weekblad naar Geert Jan Jansen, de vervalser die zichzelf verraadde met een fatale 'S' en moest kappen met zijn vervalserscarrière. Jansen vertelt hoe hij ooit wegkwam met 76 vervalste litho's van Karel Appel, en handelaars en veilinghuizen om de tuin leidde. Lees hieronder een voorproefje.

‘In Frankrijk kan je bij de notaris de atelierrechten kopen. Die neem je over van de erfgenamen en dan mag je een oeuvrecatalogus publiceren. Daar staan alle erkende stukken van een kunstenaar in. Zo’n catalogus van Raoul Dufy bestaat al uit achttien boekdelen en dan komt er om de vijf jaar nog een appendix bij. Weer honderd nieuwe werken. Dat kan toch niet? Die man is toch geen 300 jaar geworden? Zodra je weet dat het zo werkt, kan je daar op inspelen.’

Staat er in de oeuvrecatalogi van Dufy, Utrillo of De Vlaminck werk van u?

‘Een paar, ja.’

Welke truc heeft het best gerendeerd?

‘In Frankrijk moet eerst alles langs een expert passeren voor het op een veiling mag. Daar ging ik dan met tekeningen van Matisse naartoe en deed ik me een beetje onnozel voor. Denkt u dat dit iets waard is? Daar heb ik het meest mee verdiend.’

Een vervalser kan niet elke week een Picasso of Chagall ontdekken. Hoe loste u dat op?

‘Eerst probeerde ik het werk via bevriende verkopers op de markt te krijgen. Maar dan word je voortdurend gerold. Alle smoezen heb ik wel tien keer gehoord. Dat het internationaal betalingsverkeer achterliep. Dat de douane een stuk in beslag had genomen. Daarom ben ik het na verloop van tijd zelf op de markt gaan brengen. Dat kun je doen door breed te gaan. Ik begon meer kunstenaars te imiteren en ik deed ook meer veilinghuizen aan.’

Hoeveel aliassen had u dan?

‘Jan van den Bergen, Jan van Gestel, Jan van Tongeren, ik had er wel een paar. Als mijn vrouw mijn kleren in de was deed, zei ze dat ik meer paspoorten had dan broeken.’

Goed dan: hoeveel broeken had u?

(denkt) ‘Een stuk of zeven.’

Bij Drouot zien ze toch dat achter die paspoorten dezelfde man schuilgaat?

‘In het begin stuurde ik iemand anders. Zo kwam ik zelf niet in beeld. Drouot is eigenlijk een groot veilinggebouw. Daar organiseren een hele reeks veilingmeesters hun eigen verkoop. Als je die om de beurt aanspreekt, loop je niet zo gauw in de gaten.’

U kon toch niet elke keer zeggen dat u een schilderij op zolder had gevonden?

‘Schilderen is de ene helft van het werk, aantonen waar het vandaan komt, de andere. Je kunt opzoeken waar een kunstenaar geëxposeerd heeft. Als de galeries niet meer bestaan, kan niemand het navragen. Je kunt op de achterkant van een werk stickers van galeries of musea plakken. Ik stak wel eens foto’s van mijn werk in de mappen van het RKD (kunsthistorisch rijksarchief van Nederland, red). Een week later kwam ik dan terug met een klant en liet hem die map zien. Daar ontdekte hij dan het werk dat hij overwoog om aan te kopen bij mij.’

Met welke kunstenaars deed u dat?

‘Dat zeg ik niet.’

Kom op, de zaak is toch verjaard.

‘Nou, ik zal je er twee geven: Van Dongen en Van der Leck.’

Zitten die stukken nog in die mappen?

‘Het zou me niets verbazen.’

"We bladeren door de schilderijen alsof het posters zijn in een museumshop. Op een Waterloo Bridge van Monet staat geen naam. ‘Zo maakte Monet er vijf of zes’, zegt hij. ‘Dit zou nummer zeven kunnen zijn. Dit is de versie die een paar jaar geleden uit de Kunsthal in Rotterdam is gestolen. Ik vroeg hen of ze geen vervangexemplaar wilden. Daar zagen ze de humor niet van in.'" 
Lees zaterdag in dS Weekblad het volledige interview.