Spijbelen blijft probleem, zeker in secundair
Archiefbeeld Foto: An Nelissen

10.532 leerlingen uit het middelbaar onderwijs hebben in 2017-2018 gespijbeld, wat een lichte stijging is ten opzichte van de voorbije jaren. In het basisonderwijs blijft het aantal spijbelaars stabiel. Dat blijkt uit cijfers van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits.

Het aantal spijbelaars in het secundair onderwijs groeit, maar sinds vorig schooljaar is de stijging minder uitgesproken dan de voorbij jaren. Tussen het schooljaar 2014-2015 en 2015-2016 was er een groei van 0,3 procent. De twee schooljaren daarna was die stijging minder sterk. Concreet spijbelden in 2015-2016 2,3 procent van de leerlingen (8.877 leerlingen), in 2016-2017 2,5 procent (9.736) en in 2017-2018 2,6 procent (10.532).

In de lagere school blijft het aantal spijbelaars voor het derde jaar op rij stabiel. Sinds 2015-2016 schommelt het percentage spijbelaars tussen de 0,65 procent en 0,7 procent, oftewel tussen de 2.960 en 3.157 leerlingen.

Opvallend is dat het aantal jongeren dat definitief wordt uitgesloten voor het tweede schooljaar op rij daalt. In 2015-2016 werd nog 0,87 procent van de leerlingen definitief uitgesloten (3.977 leerlingen), in 2017-2018 daalde het naar 0,73 procent (3.333).

Wie spijbelt er?

In 2017-2018 waren er 10.532 leerlingen uit het middelbaar onderwijs die minstens 30 halve dagen ongewettigd afwezig waren. Jongens (6.317) spijbelen opvallend meer dan meisjes (4.215). Zes op de tien frequente spijbelaars in het secundair onderwijs zijn tussen 16 en 18 jaar. Het zijn voornamelijk leerlingen uit het (deeltijds) beroeps secundair onderwijs en het buitengewoon onderwijs. In het deeltijdsberoepsonderwijs (dbso) spijbelden vorig jaar iets meer dan de helft van de leerplichtige jongeren. In het buitengewoon secundair onderwijs gaat het om 1.475 jongeren of bijna 10 procent.

Leerlingen uit het secundair onderwijs met een problematische afwezigheid wonen verhoudingsgewijs vaker in een verstedelijkt gebied. Vooral in de grootsteden Antwerpen, Gent en Brussel ligt het percentage problematische afwezigheden een stuk hoger dan het Vlaamse gemiddelde. Ook valt het op dat leerlingen die wonen in Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen het minst spijbelen. Limburg zit met 2,3% spijbelaars ook onder het Vlaamse gemiddelde.

‘Jongeren die spijbelen blijven vaker zitten’

Uit onderzoek blijkt dat een dagje spijbelen al een impact heeft op je schoolloopbaan en de kans vergroot op zittenblijven en vroegtijdig schoolverlaten zegt het kabinet van Onderwijs. Elke dag aanwezig zijn op school heeft een positieve invloed op je schoolresultaten. Om spijbelen tegen te gaan heeft de Vlaamse Regering tal van maatregelen genomen. Sinds dit schooljaar is een goed beleid op leerlingenbegeleiding ook een erkenningsvoorwaarde voor scholen.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits : ‘Spijbelen kunnen we niet aanvaarden. Jongeren die spijbelen blijven vaker zitten of halen geen kwalificatie. Ouders hebben de verantwoordelijkheid om samen met de school en het CLB ervoor te zorgen dat hun kind in de klas zit en te beseffen dat er niet zoiets bestaat als een dagje onschuldig afwezig te zijn.’

Per provincie en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits een coördinator aangesteld met als opdracht om provinciale en lokale netwerken uit te bouwen om spijbelen en vroegtijdige schooluitval tegen te gaan. Deze medewerkers mobiliseren alle betrokken partners om samen met hen een gemeenschappelijke visie op de aanpak van deze problematiek uit te tekenen en uit te voeren.

Minister Crevits roept lokale besturen en (nieuwe) schepenen van onderwijs op om gebruik te maken van deze helpende handen: ‘Zeker als er wordt vastgesteld dat er verschillende centrumsteden zijn die er wel in slagen om spijbelen in het basis- en secundair onderwijs terug te dringen. Het toont aan dat samenwerken met verschillende partners loont om spijbelen tegen te gaan.’