Sociale partners komen er niet uit: zware beroepen terug naar af
Fysieke belasting is een van de criteria voor de bepaling van de zware beroepen. Foto: BELGAIMAGE
Een lijst met zware beroepen lijkt verder weg dan ooit. De sociale partners hebben de handdoek in de ring gegooid.

Werkgevers en werknemers hebben de gesprekken over zware beroepen stopgezet. De verschillen in visie bleken onoverbrugbaar. De bal ligt nu in het kamp van de regering. 

Het overleg had tot doel af te bakenen welke zware beroepen recht geven op een lagere pensioenleeftijd. Op die manier zou de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar voor velen verteerbaarder worden. Er is maanden gepraat over de praktische uitwerking van de vier criteria waarover eerder overeenstemming was bereikt. Die criteria zijn: de organisatie van het werk, de fysieke belasting, de mentale en emotionele belasting, en de veiligheidsrisico’s. Die criteria moesten nog verder verfijnd worden, maar dat is dus niet gelukt.

Verschillende invullingen

Het probleem was dat de vakbonden en de ondernemingsorganisaties het concept ‘zware beroepen’ op heel verschillende manieren wilden invullen. De bonden wilden toewerken naar een lijst van concrete functies, terwijl de werkgevers vooral naar methodes zochten om de zwaarte van een beroep te meten en te objectiveren. ‘Tot nu toe is niemand erin geslaagd het concept zwaar beroep op een ernstige manier in te vullen’, zegt Caroline Deiteren van ondernemingsorganisatie Unizo. ‘Wij hadden vanaf het begin onze vraagtekens over de haalbaarheid ervan, maar we waren  bereid de discussie aan te gaan’. De bonden hekelen dan weer de ‘minimalistische invulling’, die de werkgevers zouden nastreven. ‘De arbeidsongeschiktheidscijfers bij mensen die zware lichamelijke arbeid uitoefenen, liegen er niet om’, zegt David Vanbellinghen van de vakbond ACV. 

Het overleg werd bemoeilijkt door het akkoord dat pensioenminister Daniël Bacquelaine (MR) eerder met de bonden had afgesloten voor de werknemers in de overheidssector. Volgens dat akkoord oefent ongeveer de helft van de ambtenaren een zwaar beroep uit. Sommige van die beroepen, bijvoorbeeld in de zorg of in het transport, bestaan ook in de privé-sector. Daardoor was het niet mogelijk om de twee lijsten te zeer van elkaar te laten afwijken. ‘Het akkoord in de overheidssector heeft de gesprekken bemoeilijkt’, zegt Bart Croes van het VBO.  ‘Die lijst was te omvangrijk’. 

Het paard achter de wagen

Het overleg is er gekomen op vraag van de regering. Maar de werkgevers vinden dat het hele concept van ‘zware beroepen’ vanaf het begin al fout zat. ‘Het is het paard achter de wagen spannen’, zegt Croes. ‘Eerst had er een algemene pensioenhervorming moeten komen, bijvoorbeeld volgens het puntensysteem dat de pensioencommissie van Frank Vandenbroucke had voorgesteld. ‘Op die manier kun je ervoor zorgen dat de hele loopbaan in overeenstemming wordt gebracht met de hogere pensioenleeftijd. Zo voorkom je dat werknemers aan het eind van de loopbaan uitgeput raken’. De bonden zien de regeling daarentegen als een noodzakelijke correctie voor de hogere pensioenleeftijd. 

De vakbonden gaan ervan uit dat de regering nu zelf een lijst met zware beroepen zal opstellen. Raf De Weerdt van het ABVV: ‘De regering heeft verwachtingen gecreëerd en beloftes gemaakt. Ze mag nu eens voor één keer luisteren naar onze verzuchtingen in plaats van naar die van de werkgevers’. Hij denkt dat het uitblijven van een regeling bij de verkiezingen in mei volgend jaar door de kiezer zal worden afgestraft. 

Maar de werkgevers betwijfelen of de regering in vijf maanden voor elkaar kan krijgen wat in de afgelopen drie jaar niet is gelukt. Als het de huidige regeringsploeg niet lukt, is het aan de volgende om te beslissen of er een regeling moet komen en hoe die er moet uitzien. Het is de vraag of er dan nog altijd  zal worden gestreefd naar een concrete lijst van zware beroepen.