Medische app installeren en terugbetaald worden? Volgend jaar kan het wellicht
Foto: unsplash
Mobiele gezondheids­toepassingen zitten in de lift, maar het Riziv betaalt ze tot nu toe niet terug. Drie apps zitten in de laatste rechte lijn.

De Limburgse start-up FibriCheck liet gisteren de champagnekurken knallen. Het Amerikaanse geneesmiddelenagentschap FDA heeft zijn app, waarmee je via de smartphone vroegtijdig hartritmestoornissen kunt opsporen, officieel goedgekeurd. FibriCheck is de eerste dergelijke app die in de VS verkocht mag worden. Eerder kreeg het bedrijfje al in Europa groen licht en intussen werd de app door meer dan duizend artsen voorgeschreven. 

Opvallend genoeg kan de app in België nog niet worden terugbetaald door het Riziv. Sterker nog: vandaag komt geen enkele gezondheidsapp in ons land voor terugbetaling in aanmerking. ‘Maar onze app zit, samen met twee andere medische apps, in de laatste rechte lijn van het nieuwe validatiesysteem dat minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) heeft opgezet voor mobiele gezondheidstoepassingen’, zegt Lars Grieten, de ceo en medeoprichter van FibriCheck. ‘Ik verwacht dat er volgend jaar toch minstens één app groen licht zal krijgen om door het Riziv te worden terugbetaald.’ 

'Aanbod is gigantisch groot'

Het nieuwe validatiesysteem is gekoppeld aan de site mhealth­belgium.be. ‘Die site is gelanceerd omdat het aanbod vandaag zo gigantisch groot is’, zegt Frank Robben, die op het kabinet-De Block verantwoordelijk is voor het nieuwe e-health-platform. Hij beaamt dat er  in enkele nieuwe mobiele toepassingen muziek zit. ‘Producenten van innovatieve apps of andere mobiele toepassingen, bijvoorbeeld een mondstukje dat op je smartphone kan worden aangebracht, kunnen zich vanaf eind oktober aanmelden op die nieuwe site. De voorbije jaren werden al 24 zorgvuldig geselecteerde proefprojecten uitvoerig getest en beoordeeld.’ 

Daarbij dus ook FibriCheck. ‘In eerste instantie beoordelen we zo’n nieuwe toepassing puur op de medische accuraatheid’, zegt Robben. ‘Vervolgens bekijken we of de nieuwe toepassing ook geïntegreerd kan worden in het Belgische gezondheidssysteem. Pas als die twee stadia met succes doorlopen zijn, onderzoeken we de economische meerwaarde en kan er  ook geoordeeld worden over de eventuele terugbetaling.’