Een halve graad maakt een wereld van verschil
De Gries gletsjer in Zwitserland smelt in de laatste tien jaar sneller dan voorheen. Foto: Martin Adams (Unsplash)
De opwarming van de aarde kan beperkt blijven tot 1,5 graad en het getuigt van gezond economisch verstand om daar alles voor te doen.

Maakt het uit of de aarde 1,5 graad of 2 graden warmer wordt? En kunnen we de opwarming nog wel beperken tot 2 graden, of zijn we op weg naar een stijging van 3 tot 4 graden? Dat waren de vragen die de duizenden wetenschappers op vraag van het VN-klimaatpanel (IPCC) hebben onderzocht. Hun antwoorden werden vannacht bekendgemaakt en moeten de wereld opnieuw bewust maken van de enorme impact die de klimaatverandering zal hebben.

In 2015 ondertekenden alle landen het klimaatakkoord van Parijs. Daarin beloofden ze plechtig dat ze de uitstoot van broeikasgassen zodanig willen terugdringen dat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot 1,5 graad. Maar de realiteit is dat de uitstoot sinds vorig jaar opnieuw toeneemt en dat grote vervuilers als de VS en Australië het akkoord in de prullenmand gooiden. Als Jair Bolsonaro straks president van Brazilië wordt, zal ook dat land volgen.

Toch blijven de onderzoekers erbij dat het doel van 1,5 graad nog altijd haalbaar is. Maar dan is het alle hens aan dek. Over 25 jaar – dus voor 2050 – moet de wereldeconomie zo goed als klimaatneutraal zijn. Alle CO2  die dan nog in de lucht wordt gestoten, moet worden geneutraliseerd. Bomen doen dat, maar zij zijn niet opgewassen tegen de gigantische hoeveelheden. We kunnen meer bomen planten, maar er zal ook ernstig werk gemaakt moeten worden van technologische oplossingen, zoals de opvang en de stockering van CO2 .

De eerlijkheid gebiedt  te zeggen dat de 2 graden een iets realistischer doel is. Dat geeft de wereld iets meer tijd – ongeveer 50 jaar – om de uitstoot tot nul te herleiden. Maar de gevolgen voor het klimaat zullen veel groter zijn. Het verlies aan biodiversiteit is veel ernstiger en het landijs in het Noordpoolgebied is dan nauwelijks nog te redden, waardoor de zeespiegel op termijn stijgt met 6 tot 8 meter. De kwetsbare landen betalen een disproportioneel hoge prijs.

Ook economisch maakt het een wereld van verschil. Bij een stijging van 1,5 graad zal de wereldeconomie tegen 2100 ongeveer 30.000 miljard dollar rijker zijn dan bij een stijging van 2 graden. Het aantal banen dat extra gecreëerd kan worden in de groene economie is groot. Tegen 2030 gaan weliswaar 6 miljoen banen verloren in de fossiele industrie, maar in de nieuwe industrieën komen er 24 miljoen bij in.

‘Politieke wil ontbreekt’

‘Regeringen moeten hun doelstellingen voor 2030 verstrengen’, zegt Bill Hare, directeur van Climate Analytics, een denktank die de meest kwetsbare landen adviseert. ‘De komende VN-klimaattop in het Poolse Katowice wordt erg belangrijk. Alle landen moeten beslissen geen steenkool meer te gebruiken.’ Maar net de gastheer van de top gebruikt bijna uitsluitend steenkool en  wil van geen verandering weten.

‘Het lijkt er inderdaad op dat de politieke wil ontbreekt’, zegt groen Europarlementslid Bart Staes. ‘Hoe moeilijk het is om wetenschappelijke data in politieke actie om te zetten, merken we elke keer als we klimaatwetgeving bespreken. Ook Merkel laat zich keer op keer voor de kar van de auto-industrie spannen.’