‘Beter een ambitieuze bso’er dan een ongemotiveerde latinist’
Een aanzienlijke groep studenten die aan een lerarenopleiding beginnen, haalt de lat niet bij de start van het eerste jaar. Maar dat baart de lerarenopleiders geen grote zorgen.

Studenten die aan een lerarenopleiding beginnen, zijn sinds vorig academiejaar verplicht een instaptoets af te leggen voor ze zich kunnen inschrijven. Iedereen krijgt vragen over Nederlands voorgelegd. Die peilen onder meer naar leesvaardigheid en correct taalgebruik. Wie les wil geven in het lager onderwijs moet daarnaast nog een hele serie bijkomende vragen beantwoorden over Frans en Wiskunde. Ook wordt gevraagd naar de motivatie. Over de resultaten van die proeven heeft de Vlaamse Hogescholenraad nu een rapport opgesteld, waarover De Morgen vrijdag berichtte.

1. Hoe staat het met het niveau van de toekomstige leerkrachten?

Een nuance hier: niet iedereen die de test aflegt zal aan de lerarenopleiding beginnen, laat staan ze afwerken. Zeker zij die de slechtste scores haken, zullen het veld ruimen. 

De resultaten voor wiskunde zijn het meest op niveau, met ongeveer een derde van de studenten dat nood heeft aan remediëring. Voor Nederlands ligt dat aantal al enkele procenten hoger, en voor Frans blijkt dat bijna de helft onder de lat gaat.

De lerarenopleidingen ervaren dat zelf zeker niet als dramatisch, blijkt uit een kleine rondvraag. ‘Ik wil hier geen grote conclusies aan verbinden’, zegt Ann Martin, studiegebieddirecteur op de hogeschool Odisee. ‘Wij organiseren al langer onze eigen screenings en ervaren  geen daling van het niveau.’

Minstens zo interessant, zo mogelijk zelfs interessanter, is de motivatietest. Dat benadrukt Marijke Buyle, opleidingscoördinator  Secundair Onderwijs op  Howest. Volgens de rapportage scoren bso-leerlingen onder het gemiddelde. ‘En zij hebben inderdaad een langere weg af te leggen. Maar iemand met een bso-diploma die echt heel graag leraar wil worden, maakt een grotere kans om het te halen dan een latinist met een motivatieniveau dat ver onder nul zit.’

2. Wat stelt de test voor?

De hogescholen zijn bijna unaniem: de instaptoets is geen makkelijk halfuurtje vakjes aankruisen. ‘Niet  mals’, ‘vraagt toch een inspanning’, ‘houdt de student een spiegel voor’. Martin van Odisee: ‘Toekomstige studenten lager onderwijs worden getest op wiskundige kennis uit het lager onderwijs, met alle bijhorende eigenheden. Ik heb vrienden met een doctoraat die even moesten slikken toen ze die vragen zagen. Dat is kennis van lang geleden, dat vraagt opfrissing.’

Een grote meerwaarde van de toets zit in de voorspellende waarde. ‘Het stelt ons in staat om sneller sterktes en zwaktes te detecteren en op basis daarvan te differentiëren’, zegt Buyle van Howest. ‘Met een groep van een hoger niveau kunnen we al heel andere artikels bespreken, terwijl we een groep van een lager niveau apart kunnen remediëren.’  

3. Wat kan de lerarenopleiding versterken?

‘In de media komen vooral verhalen aan bod waarin het niet goed gaat. Terwijl er zoveel succesverhalen zijn die inspirerend kunnen werken. Een beter beeld van het lerarenberoep zou tot een sterkere, meer gemotiveerde, instroom kunnen leiden. Wat uiteraard dan ook de uitstroom sterker maakt’, zegt Martin van Odisee.