Vlaming houdt niet krampachtig vast aan bedrijfswagen
Foto: photonews
Een grote meerderheid van de Vlamingen staat ervoor open om het systeem van bedrijfswagens af te bouwen. Ook bij de bezitters ervan staat de deur op een kier.

De bedrijfswagen is in Vlaanderen een heilige koe waar politici moeilijk aan durven te raken. Maar misschien is dat niet helemaal terecht. Het Hiva (KULeuven) deed parallel met het burgeronderzoek CurieuzeNeuzen een bevraging bij ruim 28.500 deelnemers. Daaruit blijkt dat 73 procent van hen er vrede mee heeft om het systeem van de ­bedrijfswagens te ontmoedigen. 50,4 procent is een sterke voorstander van een afbouwscenario, 22,2 procent gaat ‘eerder akkoord’.

De deelnemers aan CurieuzeNeuzen zijn zich meer dan de gemiddelde Vlaming bewust van ­milieu- en klimaatproblemen. Dat verklaart vermoedelijk die hoge score. Toch blijkt uit de bevraging van een controlegroep dat ook 58 procent van de Vlamingen het systeem wil afbouwen.

Interessant is dat de deel­nemers aan het burgeronderzoek zelf in grote mate bezitters van een bedrijfswagen zijn. 35 procent van de deelnemende gezinnen heeft er één of meerdere, terwijl dat in Vlaanderen gemiddeld 20 procent is. De grote meerderheid van de CurieuzeNeuzen (71 procent) maakt meermaals per week gebruik van de eigen wagen om naar het werk te rijden. Ze zijn dus voor een deel de oorzaak van de vele pendelkilometers in Vlaanderen, maar ze staan ook open voor oplossingen.

Opvallend is dat de deelnemers zonder bedrijfswagen bijzonder happig zijn om het systeem af te bouwen (84,2 procent), terwijl ­CurieuzeNeuzen met een salariswagen er iets minder voor staan te springen (50 procent). ‘Dat bevestigt de hypothese dat eenmaal je werknemers het voordeel van een bedrijfswagen geeft, het moeilijk is dat weer af te nemen’, zegt Huib Huyse, hoofd van de onderzoeksgroep Duurzame Ontwikkeling bij het Hiva. De overheid heeft een systeem gecreëerd dat je alleen maar kunt afbouwen door veel burgers ontevreden te maken.’

Toch kun je ook stellen dat de deur op een kier staat. Van de deelnemers aan het burgeronderzoek mét een bedrijfswagen, staat de helft ervoor open die weer af te geven. Bij alle Vlaamse bedrijfswagenbezitters is dat gemiddeld 22,8 procent.

Blijf van mijn houtkachel
Als alternatief schuiven de ­ondervraagden de invoering van een mobiliteitsbudget voor alle werknemers naar voren. Driekwart van hen is daarvoor gewonnen. Ook twee derde van de Vlamingen heeft er oren naar. Het fors opdrijven van investeringen in openbaar vervoer (bijna 90 procent voorstanders) en het invoeren van heffingen op autogebruik (een kleine helft) zijn maatregelen waar de 28.500 respondenten in meerdere of mindere mate mee instemmen.

Ter vergelijking: een verbod op houtkachels – een cruciale maar controversiële maatregel om iets te doen aan fijn stof – is nog minder populair dan heffingen op ­wagens. Slechts vier op de tien ­CurieuzeNeuzen en drie op de tien Vlamingen zien dat zitten. Aardgas en stookolie verbieden ligt nog gevoeliger. Daar zijn slechts drie op de tien CurieuzeNeuzen en twee op de tien Vlamingen klaar voor. ‘Dit lijkt voor veel burgers nog te veel op pesterijen’, stelt Huib Huyse vast. ‘Mensen zien het alternatief niet. Er is dus nog werk aan de winkel om die uitfasering tegen 2050 door te voeren.’