‘Maak van Limburg één grote stad (en win 361 miljoen)’
Het provinciehuis van Limburg zou dan gewoon het gemeentehuis van de stad Limburg kunnen worden. Foto: Serge Minten

Als alle 42 Limburgse steden en gemeenten zouden fuseren tot één stad Limburg, zou die stad 361 miljoen euro meer krijgen van de Vlaamse overheid. Dat berekende professor Overheidsfinanciën Lode Vereeck. Dat éne grote stadsbestuur zou, naar Antwerps model, 42 districtsraden met districtsburgemeesters krijgen.

De éne stad Limburg zou veel geld toegestopt krijgen om twee redenen. Eén: de Vlaamse overheid moedigt fusies aan en biedt een eenmalige schuldverlichting van 500 euro per inwoner, met een plafond van 20 miljoen per fusie. Verwaarloosbaar misschien.

Maar daarnaast leidt zo’n grote fusie ook tot een hogere ranking als het gaat om geld te krijgen uit het Gemeentefonds. Die dotatie zou stijgen van 239,87 miljoen euro (voor 42 gemeenten apart) naar 600,8 miljoen (voor die éne grote stad) en dat is wel veel geld. 696 euro per Limburger meer bepaald.

Dat de Limburgse steden en gemeenten hier niet op zitten te wachten, beseft Vereeck. ‘Maar je kan dit oplossen door het Antwerpse model te volgen: één grote stad met 42 districten. ‘Wettelijk kan dit perfect’, zei Vereeck dit weekend in Het Belang van Limburg.

Eerder lanceerde ondernemer Stijn Bijnens het idee om Hasselt en Genk te laten fuseren tot één stad. Die stad zou na Antwerpen en Gent de derde grootste stad van Vlaanderen worden en 7,5 miljoen extra krijgen vanuit Vlaanderen. Zo’n fusie lijkt heel wat haalbaarder dan een fusie van alle Limburgse gemeenten.

Aan De Standaard zei Vereeck toen: ‘Puur zakelijk, economisch valt er veel voor een fusie van hasselt en Genk zeggen. Maar ook ruimtelijk is het allerminst een onzinnig idee. Al in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, inmiddels twintig jaar oud, was sprake van een grote stedelijke structuur rond de polen Genk en Hasselt. Beide zouden één stedelijk gebied vormen met Zonhoven en Diepenbeek als voorsteden.’

‘Hasselt en Genk zijn ook met elkaar verbonden via het Albertkanaal, via zo’n typische verbindingsweg met baanwinkels waardoor je zelfs niet meer weet of je in Hasselt of in Genk bent. Als daar nog een tramlijn Hasselt-Genk bijkomt – een typisch vervoermiddel in een stad – krijg je inderdaad één grote stad.