'Tegen het ultieme kwaad kun je niet zoveel beginnen'
Foto: Bart Dewaele
Ze was een jonge criminologe toen ze in 1997 bij Child Focus begon, vandaag staat ze aan het hoofd van de organisatie en blijft ze, ondanks alles, geloven in meer solidariteit en de kracht van een warme maatschappij. ‘Zelfs de meest monsterlijke mens is nog een mens.’

Er was een tijd, niet zo heel lang geleden, dat er in ons land kinderen verdwenen. Ze haalden nauwelijks het voorplan, tot 1996, het jaar waarin de zaak-Dutroux losbarstte. Premier Dehaene sprak van een centrum dat zou worden opgericht om vermiste kinderen te helpen opsporen.

Child Focus begon in april 1997. De jonge criminologe Heidi De Pauw in juni, ‘als casemanager.’ Zeven jaar was ze dat, en graag, intussen staat ze ook alweer zeven jaar aan het hoofd van die ‘fantastische organisatie’. 

Zaterdag leest u het interview met De Pauw in dS Weekblad. Hieronder vindt u alvast een voorproefje.

Vorig jaar kreeg Child Focus 1.800 meldingen binnen. Ik schrik ervan dat het er nog zoveel zijn.
‘Elke twee minuten wordt ergens in Europa een vermist kind gemeld. Bij ons een paar keer per dag. Maar bijna 1.100 van die meldingen betreffen weglopers. Ik zeg niet dat die niet verontrustend zijn. Ze zijn volgens mij wel te voorkomen. De meeste kinderen en jongeren lopen niet zomaar weg. Ze doen dat vanwege een probleemsituatie: pestgedrag op school, seksueel misbruik – hoeveel denken er niet aan zelfdoding? Veel jongeren durven daar met niemand over te praten. Daarom ben ik zo blij met campagnes als Te Gek!? en Rode Neuzen. Die laten zien dat ook bekende mensen soms door een dal gaan of aan zelfdoding hebben gedacht, en dat het goed is hulp te zoeken.’

Zijn er dan geen verontrustende ontvoeringen meer, zoals die waarmee het allemaal begon?

‘Jawel, vorig jaar verdween de kleine Jihane op de zondagsmarkt in Anderlecht. Ze werd teruggevonden dankzij een politieman die de camerabeelden tot de laatste minuut bleef bekijken. Daarop was te zien hoe ze rustig aan de hand van een onbekende man mee naar buiten liep. Jihane was haar vader kwijtgespeeld op de markt en die man maakte daar misbruik van. Van het cliché van de sugardaddy die jonge meisjes met een snoepje in de bosjes lokt, moeten we af. Evengoed lopen er jaarlijks honderden kinderen verloren aan onze kust, die door onbekende volwassenen naar een hulppost worden gebracht. De onbekende met slechte bedoelingen blijft de uitzondering.’

In uw boek dat binnenkort verschijnt, ‘Geen paniek’, ontkracht u nog enkele clichés. Zo maakt u duidelijk dat ook jongens slachtoffer kunnen zijn en vrouwen daders.

‘Ik heb dat al in 1994 in mijn thesis geschreven, en het kwam ook even naar boven in de getuigenissen over misbruik in de kerk. En wij zien het in onze meldingen. Jongens worden nu ook het slachtoffer van grooming en sexting, en bij sextortion –  afpersing nadat ze zich naakt hebben laten zien via de webcam – zijn ze zelfs in de meerderheid. We zien ook veel jonge jongens in kinderpornografische beelden die online verspreid worden. Vroeger was het woord tegen woord, nu maakt het internet die realiteit goed zichtbaar.’

U beschrijft ook twee recente gevallen van misbruik bij jongens waarin de politie bijzonder weinig gealarmeerd bleek en amper actie ondernam.

‘Veel politiemensen reageren wel erg alert, maar sommigen denken nog steeds dat een jongen van bijna 13 die wegloopt met zijn 30-jarige juf Nederlands, niet in gevaar kán zijn. Dan moeten wij op de tafel kloppen en zeggen: draai het eens om! Wat als het om een jong meisje en een oudere mannelijke leerkracht zou gaan?’

‘Ook de 22-jarige zoon van mijn vriendin, die na een avondje stappen wakker werd in een voor hem onbekend bed, heb ik ervan moeten overtuigen dat hij het slachtoffer was van een drugsgerelateerde date  rape. En dat hij een klacht móést indienen. Helaas heeft de politie hem dat ontraden: hij was meerderjarig en toch zelf meegegaan? Het is wat ook jonge vrouwen na een date rape soms horen, en het is niet oké.’

Ondanks alle gevaren die u ziet in uw werk, pleit u ervoor geen angst te zaaien bij kinderen en jongeren, maar hen juist los te laten en vertrouwen te geven. 

‘Ja, want tegen het ultieme kwaad kun je niet zoveel beginnen. Als het gebeurt, moeten we slachtoffers zo goed mogelijk opvangen en ondersteunen. Misbruik gebeurt ook veel vaker in de eigen omgeving dan we denken, door familieleden, kennissen, of via het internet. Wat me in die twintig jaar zo hard is opgevallen, is dat zoveel slachtoffers jarenlang blijven zwijgen. Uit schaamte, of omdat ze denken dat ze het zelf hebben uitgelokt. Dat moeten we veranderen. Met Child Focus willen we inzetten op het idee van de vertrouwenspersoon: weet uw kind bij wie het terechtkan als het een probleem heeft?’

Zaterdag in dS Weekblad leest u het volledige interview met Heidi De Pauw. ‘Wat wij onbenullig vinden, kan voor een tiener een zaak van leven of dood zijn. We moeten naar hen luisteren’