Kan de zomertijd ons van een black-out redden?
Kunnen we dit een uurtje uitstellen? Foto: fred debrock

Misschien is er een heel eenvoudige oplossing om te voorkomen dat we tijdelijk zonder elektriciteit zitten: de zomertijd nog wat langer laten duren.

Als we nu eens gewoon de wintertijd nog wat uitstellen en in november de zomertijd houden, dan hebben we wat minder energie nodig op de cruciale uren. De zonsondergang van 1 november vindt dan niet plaats om 17.21 uur maar om 18.21 uur.

Maar, we moeten ons niet rijk rekenen. Heel veel elektriciteit gaan we daar niet mee uitsparen.

De VRT vroeg het aan Johan Driesen, expert elektrische energie aan de KU Leuven. ‘Industriële processen draaien in de 24 uurseconomie van vandaag gewoon door, en stoppen dus niet meer zomaar na een werkdag. Tegelijk is verlichting bijzonder zuinig geworden, door de overstap van gloeilampen naar ledverlichting. De energie die nu nog naar verlichting gaat, is steeds kleiner geworden.’

 

Er is echter een andere mogelijkheid. In een opiniestuk in De Morgen wijst Alex Polfliet, energie-expert en zaakvoerder van Zero Emission Solutions, erop dat we wel winst maken als wij de zomertijd aanhouden en onze buurlanden niet. Want in dat geval zorgen we ervoor dat de piekvraag in de buurlanden niet samenvalt met onze piek en kunnen wij dus meer importeren.

‘Het virtueel gewonnen vermogen bedraagt dan 397 MW (gemiddelde van de voorbije drie jaar), het verschil tussen onze winterpiek om 18 dan wel 19 uur. Nu de EU toelaat dat lidstaten zélf beslissen om al dan niet over te gaan naar winteruur, is dit niet eens zo’n absurde maatregel’, schrijft Polfliet.

Op Radio 1 had professor Driesen trouwens nog een ander voorstel om energie te besparen op de piekmomenten: laat ons ’s avonds een boterham eten in plaats van een warme maaltijd. En geen wasmachines laten draaien tussen 18 en 20 uur natuurlijk.