‘Laat studenten hun studies terugbetalen, dat is eerlijker’
Foto: belga
Met een opmerkelijk voorstel hoopt econoom Erwin Ooghe (KU Leuven) de toegang tot het hoger onderwijs democratischer te maken.

In vergelijking met bijvoorbeeld de Verenigde Staten, Engeland of zelfs Nederland is voortstuderen in Vlaanderen relatief goedkoop. Wie geen recht heeft op een studiebeurs betaalt 922,30 euro inschrijvingsgeld en moet ook een bedrag opzijzetten voor boeken, werkmateriaal en een bus- of treinabonnement. Daar houdt het op. Met dank aan de Vlaamse overheid, die participatie aan het hoger onderwijs fors subsidieert.

Net daar wringt het schoentje, vindt econoom Erwin Ooghe (KU Leuven). In een  publicatie van de reeks Leuvense Economische Standpunten, die vandaag voorgesteld wordt, stelt hij vast dat de manier waarop het hoger onderwijs gefinancierd wordt fundamenteel oneerlijk is, omdat iedere belastingbetaler moet bijdragen.

‘Dat houdt tot op zekere hoogte steek: die bijdrage resulteert in positieve effecten voor wie hoger onderwijs gevolgd heeft, zoals een hoger loon en een betere fysieke en mentale gezondheid’, zegt Ooghe. ‘Maar de positieve externe effecten voor iedereen, ook de niet-gediplomeerden, zijn beperkt.’ 

‘Dat bijvoorbeeld onderwijs de criminaliteitscijfers verlaagt, geldt voor het leerplichtonderwijs, niet voor het hoger onderwijs. Het effect van de zogeheten intergenerationale spillover is klein: voor ieder bijkomend jaar dat ouders studeren, doen de kinderen er maar 0,1 jaar bij. Ook gekeken naar de totale economische groei is het effect niet overduidelijk.’

Hij kijkt daarbij wel alleen naar de effecten van onderwijs, niet naar wat onderzoek door universiteiten en hogescholen bijdraagt.

Extra verdienen

De neveneffecten van onderwijs zijn met andere woorden onvoldoende groot om de hoge subsidies die naar hoger onderwijs gaan, te rechtvaardigen, meent Ooghe.

Hij becijfert nog dat in België een bachelorstudent ongeveer 13.000 euro subsidies ontvangt, na aftrek van de belastingen die deze student betaalt na de studies. Niet-studenten betalen daarentegen meer dan 8.000 euro mee via de belastingen.

Ooghe: ‘In de praktijk zien we dat de lagere inkomens betalen voor hoger onderwijs en de hogere inkomens ontvangen dankzij hoger onderwijs.’

Dat wil hij rechttrekken met een innovatief idee, een idee dat wellicht de wenkbrauwen doet fronsen, maar dat wel goed onderbouwd is. De econoom stelt voor om een studiebijdrage in te voeren. Studenten betalen na hun afstuderen een bepaald percentage van hun inkomen om hun studies terug te betalen. Wie geen hoger onderwijs heeft gevolgd, hoeft dat niet te doen. 

De betalingen zouden worden beperkt in de tijd, en wie niets verdient zou ervan vrijgesteld worden. Ook zou het mogelijk zijn om het percentage te laten stijgen met het inkomen. Inschrijvingsgeld zou wel nog noodzakelijk zijn, maar dat bedrag zou omlaag kunnen.

Investeren in kinderen

‘Dat is allemaal voer voor verdere discussie’, zegt Ooghe. ‘Ik denk dat we ook goed moeten nadenken over hoe we de inkomsten van die studiebijdrage willen investeren. Kansarme kinderen slagen er nog onvoldoende in om het hoger onderwijs te bereiken. Door de opbrengst van die studiebijdrage slim te gebruiken, kan daar misschien verandering in gebracht worden.’

Ooghe hoopt met zijn voorstel de discussie te openen. ‘De grote vraag is natuurlijk de politieke haalbaarheid. Maar volgens mij is het mogelijk: landen als Nederland en Australië hanteren vergelijkbare systemen.’