Europees kampioen Campenaerts heeft opmerkelijke ambitie voor WK-tijdrit: “Dan doe ik beter dan Lampaert”
Foto: Photo News

Victor Campenaerts kroonde zich al twee keer tot Europees kampioen in het tijdrijden. Woensdag werkt hij in Innsbruck de WK-tijdrit af. “Ik hoop op een plek in de top zes, dan doe ik beter dan Yves Lampaert in 2016.”

LEES OOK: Tom Dumoulin: “Op papier wordt het een tweestrijd, maar ook Campenaerts maakt een kans”

Campenaerts is er voor de vierde keer bij op een WK. Eerder werd hij achtste bij de beloften in Firenze in 2013 in de tijdrit, bij de heren elite in Qatar werd hij 26e en vorig jaar in Bergen klokte hij de zestiende tijd. De Belgische en Europese kampioen was de voorbije weken in heel wat koersen van de partij. Eerst was er begin augustus het EK in Glasgow, daarna ging hij meteen door naar de Binckbank Tour en minder dan een week later startte hij in de Vuelta. Hij viel in laatste instantie in voor de Pool Tomasz Marczynski die niet kon deelnemen voor zijn team Lotto Soudal wegens ziekte. Hij werd er derde in de openingstijdrit, maar stelde teleur met een twaalfde plaats in de langere tijdrit over 32 km naar Torrelavega.

Is Campenaerts wel fris genoeg voor dit WK? “Ja, toch wel”, vindt hij. “Ik was inderdaad niet voorzien voor de Vuelta, maar stiekem wilde ik wel gaan en toen Tomasz uitviel, was ik blij dat ik van de partij was. In de Vuelta heb ik veel bergop kunnen rijden en dat lijkt me toch de ideale voorbereiding op dit parcours waar in het midden een steile helling ligt. Inderdaad, mijn tijdrit was niet al te best in de Vuelta, maar dat is me al vaker overkomen in een grote ronde. Als ik al veel heb gegeven in de eerste weken, en dat was het geval in de Vuelta met enkele aanvallen, dan kan ik me niet optimaal voorbereiden op zo’n tijdrit. In het begin van die derde week van de Vuelta was ik echt moe maar op het eind had ik weer dat goede gevoel te pakken, zelfs nog in de slotrit in Madrid.”

Campenaerts arriveerde zaterdag al in het hotel van de Belgen. “Ik bereid me graag goed voor op zo’n tijdrit en laat liever niets aan het toeval over. Ik heb het parcours zaterdag en maandag verkend en zal dat dinsdag nog eens doen. Het is niet echt een parcours op mijn maat, al vindt bondscoach Kevin De Weert dan weer van wel. Zelf had ik het nog iets anders uitgetekend, maar ik blijf optimistisch: de 30 kilometers voor de Gnadenwald zijn vlak met weinig bochten, dus die liggen me wel.” “Ik weet nog niet hoe ik de tijdrit exact zal indelen, maar het komt erop aan in die eerste 30 kilometer nog niet voluit te gaan. De hoogste wattage ontwikkel je sowieso op de klim en als je dan een zwakker moment kent, doe je gegarandeerd niet meer mee voor de mooie plekken. Het is ongeveer een kwartier klimmen en sommige stukken kennen echt een steile hellingsgraad. Ik rijd met een relatief klein verzet voor een tijdrit, maar dat is echt wel een vereiste om die steile klim goed op te rijden.”

“Plaatsen 1 en 2 liggen volgens mij al vast”, aldus Campenaerts. “Alleen de volgorde moet nog bepaald worden door Dumoulin of Dennis, daarna zijn er veel kanshebbers op die derde stek. Of een medaille mogelijk is? Tja, dat moet echt alles meezitten. In de eerste plaats hoop ik gewoon de beste Belgische prestatie ooit in een tijdrit neer te zetten (lacht). Nu draagt Yves Lampaert die titel met een zevende stek op het WK in Qatar, ik hoop beter te doen en de top zes in te duiken.”

Europees kampioen Campenaerts heeft opmerkelijke ambitie voor WK-tijdrit: “Dan doe ik beter dan Lampaert”
Foto: Photo News

De Plus wil in tijdrit beter doen dan vorig jaar

Laurens De Plus is er voor de vierde keer bij op een WK, een tweede keer bij de profs. Woensdag rijdt hij in Oostenrijk de individuele tijdrit. “Ik hoop beter te doen dan vorig jaar, dus dan denk ik aan een plekje in de top 20.”

De start van de tijdrit ligt in Rattenberg. De heren krijgen 52,5 km voor de wielen geschoven. Onderweg moeten ze 654 hoogtemeters bedwingen. Het eerste deel van het parcours is nagenoeg vlak, na 30 km wacht de beproeving van de dag, de klim naar Gnadenwald, 4,9 km lang, gemiddeld 7,1 procent en maximaal 14 procent. Vooral kilometer twee en drie zijn lastig, want daar komt het nooit onder de tien procent. Na de top wacht nog een stuk vals plat van zo’n km. Daarna is het nog een kleine 17 km richting finish in Innsbruck, grotendeels in dalende lijn, al wachten onderweg nog twee klein knikjes, een helling van zo’n 750 meter aan 3,5 procent op 8 km. Tot slot is er een helling van 800 meter aan zo’n 4 procent op 6,5 km van het eind.

“Het is een mooi parcours”, vindt Laurens De Plus, die vorig jaar 22e werd in de proef tegen de klok in het Noorse Bergen. “Een lange tijdrit, maar ik ben ervan overtuigd dat ik dankzij die gouden medaille met de ploeg een mentale boost heb gekregen en een extra procentje energie zal hebben tijdens de tijdrit.” De Plus reed zondag ook al de ploegentijdrit met zijn team Quick-Step Floors en behaalde goud. Een medaille waar hij heel trots op was.

“Neen, ik ben er niet mee gaan slapen”, lacht hij. “Maar ik was wel de enige renner van de ploeg die de medaille nog droeg toen we het avonddiner namen. Ik was enorm fier en dit is een medaille voor het leven, dus van mij mocht die avond best lang duren. Ik was er echt op gebrand om op een mooie manier afscheid te nemen van de ploeg (hij trekt naar LottoNL-Jumbo volgend jaar). Dat toont mijn professionaliteit aan, ik wilde echt nog goed presteren tot het eind en daarom was de ontlading ook zo groot.”

Meteen na het behalen van de wereldtitel gaf De Plus aan dat hij stevig zou vieren en ervan zou genieten. Het leverde hem een sms’je op van bondscoach De Weert dat hij het toch best rustig aan zou doen met nog twee opdrachten voor de boeg op dit WK. “Ik was niet van plan om mij zat te drinken”, verduidelijkt De Plus. “Ik heb één, misschien twee glaasjes gedronken, maar ik bedoelde dat ik echt wilde genieten van het moment, met de ploegmaten lekker eten, even alles loslaten en niet denken aan woensdag en zondag, maar ik ben niet over de schreef gegaan. Echt niet. Het is een hele eer om voor je land te mogen rijden, dus dan zou het zonde zijn om dat weg te gooien door een feestje.”

De Plus werd vorig jaar 22e in de WK-tijdrit. “Ik ben nu een jaartje ouder, ik wil graag beter doen. Dat moet de ambitie zijn van een sportman. Natuurlijk, veel hangt af van de vorm van de dag en het parcours dat je krijgt voorgeschoteld. Maar ik maak me sterk dat ik progressie heb gemaakt. Ik ben een sterkere tijdrijder geworden, ken mijn lichaam intussen beter en kan een tijdrit ook beter indelen.”