Proces Puigdemont tegen Spaanse onderzoeksrechter begonnen voor Brusselse rechter
Carles Puigdemont Foto: ISOPIX

Het proces dat de afgezette Catalaanse minister-president Carles Puigdemont met vier oud-ministers heeft aangespannen tegen de Spaanse onderzoeksrechter Pablo Llarena, is dinsdag ingeleid voor de rechtbank van eerste aanleg van Brussel. Een pleitdatum is nog niet bepaald, dat zal pas eind oktober gebeuren.

Vermoedelijk zal er pas in februari of maart 2019 worden gepleit, voor een kamer met drie rechters. Die Franstalige kamer moet nu eerst beslissen of er meteen over de grond van de zaak kan worden gepleit, of dat er eerst moet worden beslist of de Belgische justitie wel bevoegd is voor dit dossier.

Carles Puigdemont, en vier andere afgezette ministers van de Catalaanse regering, Meritxell Serret i Aleu, Antoni Comín i Oliveres, Clara Ponsatí i Obiols en Lluís Puig, verwijten Llarena, die het Europees aanhoudingsbevel tegen hen had uitgeschreven, dat hij zich vooringenomen heeft getoond.

Oordeel

Volgens de advocaten van de vijf Catalaanse politici heeft Llarena op 22 februari in zijn kaarten laten kijken, toen hij in Oviedo tegen de lokale pers zei dat de Catalaanse politici die in Spanje in de cel zitten, geen politieke gevangenen zijn. Die uitspraak werd later door andere Spaanse media overgenomen.

‘Die rechter heeft dus buiten de rechtbank al zijn oordeel over deze zaak laten blijken’, zegt meester Christophe Marchand, één van de advocaten van de vijf Catalaanse politici die in België, Duitsland en Schotland verblijven.

Onderzoeksrechter Llarena verwerpt dus openlijk één van de argumenten van de verdediging, namelijk dat de fundamentele rechten van de Catalaanse politici geschonden worden. Llarenas vooringenomenheid zou ook voldoende blijken uit zijn beschikkingen in het dossier van de Catalaanse politici.

Schadevergoeding

Op die manier begaat hij volgens de oud-regeringsleden een fout, en daarom hebben Puigdemont en de vier ex-minister besloten hem te dagvaarden en een morele schadevergoeding van 1 euro te vragen, aldus de advocaten.

Meester Hakim Boularbah treedt op voor de Spaanse onderzoeksrechter Llarena en de Spaanse staat, die als tussenkomende partij aan het proces deelneemt. Die partijen betwisten de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken.

‘De Spaanse staat komt tussenbeide om haar jurisdictionele immuniteit en die van haar onderzoeksrechter te verdedigen’, zegt meester Boularbah. ‘We vragen dat de rechtbank zich nu eerst uitspreekt over de vraag of zij wel bevoegd is, alvorens over de grond van de zaak te oordelen. De Spaanse staat komt voorlopig ook enkel daarvoor tussenbeide, als zij zou aanvaarden dat er meteen over de grond van de zaak gepleit wordt, zou zij meteen haar jurisdictionele immuniteit opgeven.’

Pleidooien

De advocaten van de Catalaanse ex-ministers willen dan weer dat de rechtbank zich meteen zowel over haar bevoegdheid als over de grond van de zaak buigt. De partijen moeten hun argumenten daarover nu schriftelijk aan de rechtbank overmaken, die voor eind oktober de knoop moet doorhakken. Dan zal ook een datum bepaald worden voor de pleidooien. Vermoedelijk zullen die pas in februari of maart plaatsvinden.