Choreografen na zaak-Fabre: ‘We zullen niet meer de andere kant op kijken’
Dansers tijdens de opvoering van ‘Mount Olympus’ van Jan Fabre. Foto: afp

Honderd choreografen roepen in een gezamenlijk statement op paal en perk te stellen aan de zwijgcultuur. Ze beloven een collectieve inspanning te doen voor een gezond arbeidsklimaat in de danswereld.

Met het statement Make movement, op de site van cultuurblad Rekto Verso, beloven honderd choreografen uit Vlaanderen, Wallonië en Brussel om machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag in de danswereld uit te roeien.

Bij de ondertekenaars zijn bekende namen als Sidi Larbi Cherkaoui, Wim Vandekeybus (Ultima Vez) en Jan Lauwers (Needcompany), maar ook voormalige Parts-studenten. Daarom is het opvallend dat Anne Teresa De Keersmaeker (Rosas), die eerder het seksisme in de dans veroordeelde, het statement (nog) niet ondertekende.

Zonder dat de naam van Jan Fabre valt, is het statement een reactie op de open brief van twintig (ex-)werknemers en stagiairs van vorige week. De choreografen tonen zich solidair met alle performers en werknemers die zich uitspraken over de verbale vernederingen en ongewenste seksuele intimiteiten die ze hebben ervaren bij Fabres gezelschap Troubleyn. ‘Wij moeten steun, bescherming en bemoediging bieden aan al wie de moed toont om zijn verhaal te delen. Altijd en zonder mankeren. Zelfs als dat betekent dat we de gevolgen moeten dragen voor eigen tekortkomingen.’

Unisono willen de choreografen verklaren dat het welzijn en het respect voor alle medewerkers een basisprincipe is om naar te streven. ‘Dat is geen inperking van artistieke vrijheid, wel het creëren van een ruimte waarin iedereen vrij tot creatie kan komen: wars van angst, pijn en vernedering.’

Wake-upcall

Een eerste stap daartoe is volgens hen het doorbreken van de zwijgcultuur. Daarbij slaan ze ook een mea culpa. ‘We moeten erkennen dat we deel zijn geweest van een systeem, met plekken die verwerpelijk gedrag stilzwijgend toegelaten en zelfs mee mogelijk gemaakt hebben. Wij excuseren ons voor elk moment dat we er niet in geslaagd zijn om solidariteit te betonen met collega's die in dit systeem minder macht en/of privilege genieten. Wij zullen niet meer de andere kant opkijken.’

Maar er is meer nodig. Binnen de zes maanden willen de choreografen ‘een set van heldere principes voor ethisch verantwoorde creatie’ ontwikkelen. Die ethische code mag volgens hen ook gehanteerd worden door de beoordelingscommissies die subsidies uitreiken.