Meer jongvolwassenen doen een beroep op jeugdhulp
Foto: Dieter Telemans

Het aantal 18-jarigen dat intensieve jeugdhulp krijgt, is in twee jaar tijd met een derde gestegen. Ook de pleegzorg blijft groeien.

Steeds meer meerderjarige jongeren doen een beroep op voortgezette, vrijwillige, jeugdhulp. In 2015 waren er dit 4.411 en in 2017 5.330, of een stijging van ruim 20 procent. Kijk je enkel naar pleegzorg en voorzieningen van de jeugdhulp, dan gaat het zelfs om een stijging van 34 procent.

Stefaan Van Mulders, leidend ambtenaar van Jongerenwelzijn, noemt dat een hoopvol signaal: ‘Jongvolwassenen geven zelf aan dat ze langer begeleid willen worden, terwijl ook voorzieningen inspanningen leveren om de overgang naar zelfstandigheid vlotter te laten verlopen. Na de dramatische dood van Jordy zijn er terecht bruggen geslagen tussen de jeugdhulp en de volwassenenhulp en zijn voorzieningen meer aan de slag gegaan om kwetsbare jongeren te begeleiden op weg naar zelfstandigheid.’

Ook de pleegzorg blijft stijgen. In 2017 verbleven liefst 7.568 pleegjongeren en pleeggasten in een gezin, of een stijging met 8 procent. De stijging houdt al aan sinds 2014 en bedraagt sindsdien 25 procent.

Er werd ook fors ingezet op laagdrempelige hulp, waarbij de hulp in het gezin zelf komt. 7.216 jongeren deden hier een beroep op, of een stijging met 8 procent. Positieve methodieken, met als doel om uithuisplaatsing te voorkomen, slaagden in ruim twee op drie gevallen in dat opzet.

Alles bijeen kon de integrale jeugdhulp 68.329 jongeren bereiken, of ruim 7.000 meer dan twee jaar eerder.

Wachtrij

Dit jaar investeert de Vlaams minister van Welzijn, Jo Vandeurzen (CD&V), 30 miljoen euro extra in de jeugdhulp. Die inspanning moet ook de komende jaren worden aangehouden, zegt Mulders, want ‘we maken ons zorgen over de signalen van het terrein dat de vraag naar meer intensieve hulp toch toeneemt.’

Ook staan er nog een paar duizend jongeren in de wachtrij: eind 2017 wachtten 5.237 jongeren op intensieve hulp en 1.533 jongeren en jongvolwassenen wachtten toen op een persoonlijk assistentiebudget. Van die laatste groep kreeg zowat de helft al een basisondersteuningsbudget van 300 euro. De andere helft niet.