Echt waar: Brussel was ooit een fietsstad
Fietsen in Brussel is vaak een (gevaarlijk) avontuur. Foto: brecht van maele
‘Brussel was toen nog een vrolijk fietsende stad.’ Het had een waarheidsgetrouwe liedjestekst kunnen zijn, wil het pop-up Velomuseum aantonen.

‘Brussel, al 150 jaar fietsstad’. Met die verbazende slogan wordt het Vélomuseum aangekondigd. Het Hoofdstedelijk Gewest heeft allesbehalve een fietsvriendelijk imago en de slagzin valt dan ook slecht bij fietsers. De Standaard-collega Ewald Dupan verwees ernaar in een vlammende column (DS 4 september). ‘In de ruim tien jaar dat ik in Brussel op twee wielen rondrijd, is het níét makkelijker geworden, laat staan veiliger (...) Een fietsbeleidsplan op maat van Brussel zal er nooit komen in de huidige politieke constellatie.’ De bewering ‘Brussel fietsstad’ noemde hij daarom ‘Magrittiaans’.

‘Die slogan is bewust gekozen om te prikkelen’, reageert Mike Carremans, de curator van het tijdelijke museum. ‘Het mag vandaag wat bevreemdend klinken, maar Brussel was lang geleden wel degelijk een fietsstad. Dat willen we tonen in het Velomuseum, en het in contrast brengen met de huidige toestand.’

In 1869 werd de Veloce Club Bruxellois opgericht, de eerste van het land. Opgericht door twee enthousiastelingen uit de bourgeoisie, want fietsen was toen nog een elitair fenomeen. Meer sportief dan functioneel gericht ook.

De Touring Club de Belgique, het huidige Touring, zag in die periode het licht. ‘Zij speelden een grote rol in de introductie van de fiets,’ vertelt Carremans. ‘Zij boden net als andere fietsersorganisaties pechverhelpingsdienst en bijstand aan. Ze waren ook felle voorvechters van goede fietspaden.’

Touring Club hield in 1897 een enquête bij haar leden om het aantal kilometers fietspad in België te tellen. Brabant scoorde het beste met ongeveer een derde van alle fietspadkilometers van heel het land.

‘Deze goede score was te danken aan de voortrekkersrol die Brussel en Leuven hadden in de fietsbeweging’, aldus Carremans.

In de periode tussen de twee wereldoorlogen vierde de Brusselse fietscultuur hoogtij. Carremans: ‘Exacte cijfers bestaan er niet, maar als we vergelijken met andere steden mogen we ervan uitgaan dat zeker 40 procent van de verplaatsingen per fiets gebeurde. Dat klinkt haast onvoorstelbaar vandaag.’

In de naoorlogse periode werd ten tijde van Expo 58 en het Manhattan-project aan de Noordwijk resoluut voor de auto gekozen. De fiets werd uit het straatbeeld verdreven. Pas door burgeracties van onder meer de verenigingen Gracq en het Greun Veloske kon de fiets vanaf midden jaren zeventig aan een revival beginnen. Sinds enkele jaren is de politiek, nog schoorvoetend, gevolgd.

Het pop-up Velomuseum is een initiatief van het Archief en Museum voor het Vlaams Leven in Brussel (AMVB) samen met vzw Cyclo en Muntpunt. Er zullen collectors items, fietstenues, stratenplannen en verschillende modellen te zien zijn. Het Legermuseum heeft een tricycle van koning Leopold II uitgeleend.

Het Velomuseum.brussels is open van 22 september tot 27 januari 2019. Gratis toegang. Adres: AMVB, Arduinkaai 18 in 1000 Brussel.