Menen: Zit de meerderheid veilig?
De volkse buurt De Barakken bevindt zich net op de grens met Frankrijk Foto: Eric Vanthournout
In het West-Vlaamse Menen, tegen de grens met Frankrijk, staat veiligheid altijd hoog op de agenda. Het stadsbestuur, rond CD&V-burgemeester Martine Fournier, gaat prat op dalende criminaliteitscijfers. Maar de linkse oppositie hoopt dat de passage van Fournier slechts een intermezzo is in een lange traditie van socialistisch bestuur.

Wat staat er op het spel?

Na decennialang socialistisch bestuur kon de christendemocrate Martine Fournier (53) zes jaar geleden de burgemeesterssjerp veroveren in Menen. De SP.A. en Groen kwamen in 2012 met een gemeenschappelijke lijst en haalden ook nipt de meeste stemmen, maar de socialisten tekenden een zwaar verlies op tegenover 2006. Dat de lokale sterke man van de SP.A, burgemeester en ex-Vlaams minister Gilbert Bossuyt (SP.A), in 2008 ook nog eens werd veroordeeld voor schriftvervalsing, betekende een aderlating. Bossuyt had de notulen van het schepencollege laten aanpassen en werd daarvoor ook door het hof van beroep veroordeeld.

Door een coalitie met de N-VA en Open VLD te vormen, kon CD&V het laken naar zich toe trekken. Fournier trekt ook op 14 oktober de lijst. Dat doet ze met ‘open vizier’, zei ze aan de lokale zender Focus-WTV. Er is geen voorakkoord met de coalitiepartners.

Hoe heeft de vorige coalitie het er vanaf gebracht?

Veiligheid is een thema dat in Menen al lang hoog op de agenda staat. De streek aan de grens met Frankrijk kampt met grenscriminaliteit, zoals ramkraken. De ploeg van burgemeester Fournier maakt zich sterk dat de criminaliteitscijfers zijn gedaald. Vorig jaar nog werd een ‘cameraschild’ opgeworpen om de Franse criminelen af te schrikken. Dat werpt zijn vruchten af.

Menen staat ook bekend als een arme stad en kreeg jarenlang Europese subsidies voor projecten om onder andere de tewerkstelling op te krikken. Die geldstroom is wat opgedroogd en het stadsbestuur heeft de afgelopen zes jaar moeten besparen. Toch werd er ook geïnvesteerd. De brandweer kreeg een nieuwe kazerne, de politie een nieuw kantoor.

Een belangrijke uitdaging voor het volgende bestuur zijn de Leiewerken, die ook met Europese subsidies worden gerealiseerd. In het centrum van de stad is er een bochtverbreding van de Leie nodig om grotere schepen door te laten. Ook de brug in de toeristisch belangrijke Rijselstraat moet worden vernieuwd.

Waarom zouden kiezers een nieuwe meerderheid in het zadel helpen?

Terwijl de meerderheid uitpakt met cijfers, zoals de dalende criminaliteit, spreekt de socialistische oppositie over een ‘kil beleid, gefocust op heel veel stenen en heel weinig op mensen’. Menen is een arme en volkse stad. Wie ‘s zondags door de toeristische Rijselstraat, met restaurants en winkels, flaneert, kan dat met eigen ogen zien. Wil de huidige coalitie aan de macht blijven, dan moet ze niet alleen met cijfers overtuigen, maar ook de geesten beroeren. De oppositie ruikt daar haar kans.

Waarom moet ook de rest van Vlaanderen uitkijken naar de uitslag in Menen?

Het oppositiekartel tussen Groen en SP.A trekt nu apart naar de kiezer en op links krijgen beide partijen ook nog eens concurrentie van de PVDA+, dat in Menen voor het eerst meedingt naar de macht. Bij de N-VA staat met Yngvild Ingels de adjunct-kabinetschef van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon op de lijst.

In de Strijd om de Stad fileert de redactie van De Standaard in woord en beeld waar het bij de verkiezingen echt om draait in alle Vlaamse steden en Brussel.