Halle: een slagerszoon met een willetje
Het historisch stadhuis bepaalt al bijna 400 jaar mee het stadsbeeld van Halle Foto: Ingrid Depraetere
Sinds Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV) gesplitst is, hoor je nog weinig van Halle – in tegenstelling tot de andere twee. De ‘hyacintenstad’ ten zuiden van Brussel, bekend van de Colruyt en van het op een na grootste carnaval van Vlaanderen, wordt al 24 jaar bestierd door burgemeester Dirk Pieters (CD&V). In 2012 was zijn partij evenwel niet meer de grootste. De N-VA haalde net geen 30 procent, maar werd uit de coalitie gehouden. Of de Vlaams-nationalisten deze keer wél de sjerp claimen, is maar de vraag: absoluut stemmenkanon Mark Demesmaeker verdween van het toneel en is nu slechts lijstduwer.

Wat staat er op het spel?

Hét thema waar de Hallenaars van wakker liggen, is mobiliteit. In Halle wonen zo’n 40.000 mensen, werken om en bij 20.000 mensen en lopen meer dan 10.000 jongeren school. De stad is goed bereikbaar met het openbaar vervoer en ligt langs twee autosnelwegen, maar de historische binnenstad met haar smalle straten slibt dicht. Waar de inwoners tien jaar geleden hun stad nog een tevredenheidsscore van bijna 8/10 gaven, was dat in 2016 nog maar 6,7/10. De grootste ergernissen? Files en parkeren. Meer dan ooit leeft het gevoel dat er een saturatiepunt is bereikt.

Veel partijen – ook de CD&V van burgemeester Pieters – ijveren voor een ondertunneling van de A8, die dwars door de stad snijdt en heel veel sluipverkeer met zich meebrengt. Probleem: de nodige budgetten ontbreken, de coalitie wijst naar de Vlaamse regering. Een eerste grote randparking met pendelbus is alvast een succes, ook in fietsinfrastructuur werd geïnvesteerd. Maar de déclic ontbreekt en om van een veilig fietsroutenetwerk te spreken zijn er nog te veel missing links.

Daarnaast leiden ook de toenemende verfransing, fijn stof, steeds meer vluchtelingen en terugkerende wateroverlast tot veel onvrede in Halle. De stad ligt op het laagste punt van de Zenne: telkens als de hemelsluizen opengaan, staat het centrum blank. In augustus was dat alweer het geval. Er zijn nieuwe bekkens aangelegd en er zijn plannen voor nog meer buffers tegen de waterstroom, maar volgens de oppositie zijn dat slechts pleisters op een houten been. Dat de stad kavels in Lembeek en Buizingen, en oude bedrijfsterreinen in het centrum, volbouwt met nieuwe wooneenheden, vindt niet iedereen een goed idee.

Hoe heeft de vorige coalitie het er vanaf gebracht?

Slagerszoon Dirk Pieters is erin geslaagd om deze legislatuur ein-de-lijk het langverwachte zwembad te openen – wat meteen verklaart waarom Partij Zwembad uit 2012 niet meer opkomt.

De coalitie van christendemocraten, socialisten en liberalen heeft sterk ingezet op de opwaardering van het handelscentrum, door de Basiliekstraat en de Beestenmarkt in een nieuw kleedje te steken. Die werken – ‘onpopulair, maar noodzakelijk’, aldus de coalitie – brachten veel geklaag en overlast met zich mee, maar werpen intussen vruchten af: meer shoplustigen vinden de weg naar Halle, ook het carnaval blijft immens populair. En dan is er natuurlijk het Hallerbos, dat jaarlijks enkele weken voor natuurpracht zorgt wanneer de paarse hyacinten in bloei staan.

Er zijn fietsstraten gekomen en Halle behaalde het label ‘kindvriendelijke stad’. Een andere opmerkelijke realisatie is de aankoop en aanleg van groene ruimte, onder meer voor (speel)bossen. De tripartite krijgt soms het verwijt de betonstop te negeren, maar kiest naar eigen zeggen bewust voor de ‘inbreiding’ van het centrum en de vrijwaring van open ruimte rond de stadskern.

Waarom zouden kiezers een nieuwe meerderheid in het zadel helpen?

Dat de 63-jarige Dirk Pieters opnieuw kandidaat wil zijn, vonden en vinden vele Hallenaars opmerkelijk. CD&V trekt deze keer evenwel in trio naar de verkiezingen: twee jonge veulens, vandaag al schepen, flankeren de burgemeester. Het voedt de geruchten dat Pieters, als hij opnieuw de sjerp verovert, geen volledige termijn meer zal uitdoen in het stadhuis. Maar de partij benadrukt dat er geen afspraken over zijn. Feit is dat Pieters vandaag weinig concurrentie heeft wegens een gebrek aan zwaargewichten.

Tot in de lente zag het ernaar uit dat de N-VA zich geen tweede keer de kaas van het brood zou laten eten. Maar dan kwam het kantelpunt voor de partij en mogelijk voor de campagne: de onverwachte gezondheidsproblemen van lijsttrekker en stemmenkanon Mark Demesmaeker strooiden flink wat roet in het eten. De Vlaams-nationalisten trekken nu met het relatief onbekende OCMW-raadslid Jeroen Hofmans naar de kiezer.

Groen – goed voor één zetel – heeft wel een verrassend jonge, nieuwe lijst, maar niemand verwacht dat de partij samen met de SP.A voldoende haalt voor een links bestuur. Open VLD zakte in 2012 al van vijf naar drie zetels en heeft niet echt klinkende namen in huis. Het Vlaams Belang – dat in 2012 nog maar één van zijn zes zetels overhield – wordt na de verhuizing van boegbeeld Dries Devillé helemaal als quantité négligeable beschouwd. Twee burgerbewegingen doen voor het eerst mee, maar zij lijken slechts een waterkansje te hebben op een zitje in de gemeenteraad – laat staan bestuursdeelname.

De verrassing zou weleens het UF kunnen zijn: in de omliggende gemeenten zitten Franstaligen al veel langer in de gemeenteraad, in Halle gebeurde het pas in 2012 (één zetel). De nieuwe woningen worden voor een groot stuk bezet door niet-Nederlandstaligen, niemand durft te voorspellen wat zij gaan doen in het stemhokje.

Waarom moet ook de rest van Vlaanderen uitkijken naar de uitslag in Halle?

Halle is een van de steden met een zogeheten anti-N-VA-coalitie en dat is altijd spannend. Dirk Pieters is een CD&V-burgemeester van de traditionele slag: met bakken ervaring en een grote, trouwe achterban. In Halle is het goed wonen, maar misschien is voor veel inwoners, net als voor de stad, het saturatiepunt bereikt en kiezen ze toch voor verandering.

In de Strijd om de Stad fileert de redactie van De Standaard in woord en beeld waar het bij de verkiezingen echt om draait in alle Vlaamse steden en Brussel.