Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Media en Brussel Sven Gatz (Open VLD) praatte openhartig over zijn jarenlange gevecht tegen depressie in Gert Late Night. ‘Mijn stressmeter is kapot, maar met medicatie heb ik het onder controle’, aldus Gatz.

Rond zijn dertigste kreeg Gatz plots te kampen met depressie. ‘Ik was net verkozen als parlementslid en nam alsmaar meer verantwoordelijkheden op mij’, zegt hij. Plots werd hij moe, en verloor hij interesse in dingen die hem na aan het hart lagen. ‘Je identiteit wordt ingekrompen, je bent maar half de persoon die je voorheen was. Mijn dokter zei me dan dat ik een depressie had. Hij spoorde me aan om medicatie te nemen.’

Eerst stond de minister weigerachtig tegenover pillen. ‘Ik ben toch niet zot, dacht ik. Maar na veel zoeken heb ik de juiste soort antidepressiva gevonden.’

Gatz legt uit dat zijn stressmeter kapot is. ‘Ik heb ermee leren leven. Ik neem een pilletje en mijn stressniveau blijft beter geregeld.’

Taboe

Dertig procent van de mensen krijgt te maken met depressie, maar volgens de minister heerst er nog steeds een groot taboe omtrent het onderwerp. Zelf heeft hij ook lang tegen zijn diagnose gevochten. ‘Ik wou het zonder medicatie kunnen. Maar rond mijn 44e heb ik mij bij mijn conditie neergelegd’, zegt Gatz.

Het is volgens Gatz beter om erover te praten. ‘Het onderwerp is nog taboe, mensen denken dat je een zwakkeling bent. Maar we kennen allemaal iemand die een depressie heeft gehad, of één zal krijgen’, aldus de minister.