Was de ‘Belgische Beul’ verantwoordelijk voor 110 onthoofdingen in Syrië?
IS-strijders in Raqqa, juni 2014 Foto: REUTERS

‘De Belg’. Zo noemen bewoners een van de ‘voornaamste’ beulen van het Syrische Raqqa, tot eind vorig jaar bolwerk van Islamitische Staat. Volgens bronnen daar is hij betrokken bij liefst 110 onthoofdingen. Wie is ‘Abou Souleiman al-Belgiki’? Onze veiligheidsdiensten twijfelen, maar alles wijst op Anouar Haddouchi (33), die eveneens aanslagen in Europa financierde.

‘Er liep hier een Belg rond. Hij liet zich Abou Souleiman al-Belgiki noemen. Zijn specialiteit: mensen hun hoofd afhakken. En hij drong er telkens bij de lokale bevolking op aan om naar die onthoofdingen te komen kijken op het centrale marktplein in Raqqa.’

De Syrische advocaat en lid van de stadsraad Ibrahim al-Faraj deed de opmerkelijke onthullingen afgelopen week toen hij in Raqqa een Belgische delegatie ontving, onder leiding van federaal parlementslid George Dallemagne (CDH). Ook aanwezig, samen met La ­Libre Belgique en RTL: Philippe Vansteenkiste van V-Europe, de organisatie die zich sinds de aanslagen van 22/3 in Zaventem en Maalbeek ontfermt over de slachtoffers. Het is immers in het voormalige bolwerk van Islamitische Staat dat allicht de plannen bedisseld werden om aanslagen te plegen in Parijs (2015) en Brussel (2016).

Op 17 oktober vorig jaar viel het laatste grote bolwerk in Syrië. Parlementslid Dallemagne kreeg er vorige week te horen dat de befaamde Belgische beul er wellicht tijdig kon ontsnappen aan de troepen van de Syrische president Assad.

Geperst fruitsap

Volgens Ibrahim al-Faraj is hij, ­samen met een Brit genaamd ­George al-Britani, verantwoordelijk voor een onwaarschijnlijk aantal van 110 onthoofdingen. ‘De eerste keer vonden er 87 onthoofdingen plaats, nadien nog eens 17 en ­later nog eens 5 of 6.’ De Belgische terrorist zou er een bevoorrechte status hebben gehad. Hij genoot aanzien bij IS, en werd ­gevreesd door de lokale bevolking die verplicht moest toekijken. ‘Hij liet vers eten aanrukken uit restaurants en dronk geperst fruitsap. Een heus privilege in oorlogstijd’, klinkt het.

Al-Faraj voegde eraan toe dat de Belgische Justitie naar Raqqa moet komen om de identiteit van de moordenaar te achter­halen.

Onze veiligheidsdiensten namen gisteren akte van de opvallende getuigenis vanuit Raqqa. Het federaal parket liet weten dat er al geruime tijd een onderzoek loopt naar de ‘Belgische beul’. Honderd procent zekerheid over wie schuilgaat achter de naam Abou Souleiman al-Belgiki is er niet, bevestigt een andere gerechtelijke bron. Verschillende strijders hanteerden immers een gelijkaardige kunya of strijdersnaam.

Afkomstig uit Schaarbeek

Jihadexpert en arabist Pieter Van ­Ostaeyen houdt al jaren een databank bij van (gesneuvelde) Belgische strijders. Vier onder hen schermden hun echte naam ooit af met een gelijkaardige kunya. Hij komt na deductie uit bij Anouar Haddouchi (33), een naam die gisteren aannemelijk klonk bij verschillende gecontacteerde diensten.

Haddouchi vertrok in de zomer van 2014 met zijn vrouw Julie Maes (31) en hun twee kindjes richting Syrië. Voordien woonde het gezin uit Schaarbeek in het Engelse Birmingham. Meer nog, Haddouchi wordt door het Belgische gerecht beschouwd als mede­financierder van Europese aanslagen. Hij opende destijds een rekening waarop geld gestort werd, bestemd voor terroristen Abdelhamid Abaaoud en Mohamed Abrini. Die laatsten zijn mee verantwoordelijk voor de bloedbaden in ­Parijs en Brussel.

Ook twee Belgische vrouwen actief bij religieuze politie

Volgens Philippe Vansteenkiste van V-Europe kwamen nog meer onthutsende getuigenissen naar boven tijdens hun rondreis door Syrisch bevrijd gebied. Zo raakte bekend dat er ook twee landgenotes hoog opklommen in de hiërarchie van Islamitische Staat. ‘De lokale autoriteiten zeiden dat er twee Belgische vrouwen bij de religieuze politie zaten’, vertelt hij. ‘Ze moesten erop toezien dat de vrouwen zich strikt gedroegen volgens de regels van IS.’