Nieuw-Zeelandse premier onder vuur na extra vlucht
De Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern Foto: AFP

Om zo snel mogelijk terug bij haar pasgeboren dochtertje Neve te zijn, nam de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern een extra vlucht naar Nauru. Dat kon niet bij iedereen op veel bijval rekenen.

Op Nauru vindt een driedaagse top van achttien eilandstaten in de Stille Oceaan plaats. Voor Nieuw-Zeeland zou premier Ardern naar de conferentie trekken. Alleen had ze het moeilijk om haar baby achter te laten. Daarom besloot ze de Nieuw-Zeelandse delegatie achterna te reizen. Het toestel dat de minister van Buitenlandse Zaken, Winston Peters, gisteren al naar het event bracht, moest terugvliegen zodat Ardern vandaag toch nog haar opwachting kon maken.

‘Ik heb aan mijn functionarissen gevraagd om te bekijken wat de extra kosten zouden zijn als ik achterna zou reizen’, reageert de premier. ‘Daarna heb ik besloten dat het toch de moeite is om voor een dag te gaan om mijn verplichtingen als eerste minister na te komen.’ De vlucht zou tussen de 27.000 en 55.000 euro gekost hebben.

Kritiek

Volgens minister van Financiën Grant Robertson is er helemaal niets mis met deze keuze. ‘De regering voorziet elk jaar geld voor zulke reizen. Er is dus geen extra geld gespendeerd in dit geval, maar er is gewoon gebruikgemaakt van het vliegtuig.’

De Nieuw-Zeelandse journaliste Duncan Garner ziet dat anders. ‘Ik wil geen kritiek uiten over het feit dat een ouder bij haar pasgeborene wil zijn, dat ik begrijp ik helemaal’, zegt ze. ‘Maar ga gewoon niet naar de bijeenkomst of laat Peters alleen gaan. Hij is meer dan genoeg in staat om zijn mannetje te staan bij de lokale leiders.’

Ardern verzekert dat het hier gaat om ‘unieke omstandigheden’. ‘Ik verwacht niet dat ik nog in deze situatie zal terechtkomen.’ In de toekomt zal ze haar dochtertje meenemen, vertelde ze. Eind september wordt de premier verwacht in New York op een vergadering van de VN.